Droogte 2026: Vraag en antwoord
Op deze pagina kunt u antwoorden vinden op mogelijke vragen die u heeft over de droogtesituatie in ons beheergebied.
Kijk voor de actuele situatie ook op ons liveblog.
Droogte algemeen
Waar kan ik de droogte volgen?
Via ons liveblog op www.hhnk.nl houden wij u op de hoogte van de droogtesituatie in Hollands Noorderkwartier.
U kunt dagelijks de landelijke droogtemonitor volgen.
Wat is een neerslagtekort?
Neerslagtekort is het verschil tussen verwachte verdamping en gemeten neerslag. Bij de berekening van een neerslagtekort of –overschot hanteren alle waterschappen de agrarische kalender. Die begint op 1 april. Op dat moment zetten we de teller op nul. Vanaf dan is het optellen en aftrekken. Elke millimeter neerslag tellen we op, en elke millimeter verdamping trekken we daarvan af. Het resultaat van die som geeft een neerslagtekort/overschot aan. Op droge dagen verdampt er oppervlaktewater en droogt het land uit. Op een lange, warme, zonnige zomerdag verdampt er zo'n 5 millimeter per etmaal. De zon staat dan ook hoog aan de hemel en heeft meer impact. In het vroege voorjaar en in het najaar is de verdamping veel lager.
Wat is het gevolg van een neerslagtekort?
Dijken zijn gemaakt van allerlei grondsoorten zoals klei, zand met soms veen. Een goede dijk is een klamme dijk. Regen voedt een dijk. Tijdens een lange, droge periode kunnen dijken scheuren vertonen. Doordat water soms door de scheuren naar binnenloopt, kunnen er dan natte (zwakkere) plekken op de dijk ontstaan. Dijken die uitdrogen, kunnen minder sterk zijn.
In een droge periode verdampt er water. Uit de sloot, maar ook uit het land. Dit heeft gevolgen voor agrariërs, voor onze tuinen, voor de natuur, en ook voor het leven in de sloot.
Als het slootwater opwarmt, bloeit de blauwalg op, vermindert de zuurstof in het water en dreigen vissen te stikken.
Omdat we in Hollands Noorderkwartier grotendeels op een voormalige zeebodem leven, is de bodem relatief zout. Voldoende zoet water in onze sloten voorkomt dat dit zout naar boven dringt. In tijden van droogte kunnen bodem en sloten verzilten. Het zoutgehalte in sloten en plassen neemt dan toe. Dit is kwalijk voor landbouw en natuur.
Wat doet het hoogheemraadschap bij droogte?
Normaal gesproken maalt het hoogheemraadschap het teveel aan water uit ons laaggelegen werkgebied met gemalen naar IJssel- en Markermeer. Dat hoeft nu niet. Sterker, er is juist meer behoefte aan water dan er uit de lucht valt.
Het hoogheemraadschap zet op tal van plekken langs IJssel- en Markermeer sluizen of stuwen op een kier. Hierdoor stroomt het water via ons uitgebreide slotenstelsel het Noorderkwartier in. De onderzijde van de dijken blijven gevoed, de sloten blijven op peil en het slootwater wordt een beetje ververst, en agrariërs kunnen slootwater gebruiken voor hun gewassen.
Bij een toenemend neerslagtekort wordt de toestand van de dijken nauwlettend in de gaten gehouden door onze medewerkers in het veld. Daarbij beginnen we met de meest droogtegevoelige dijken liggen, die deels uit veen bestaan. Deze dijken zijn gevoeliger voor uitdroging dan de dijken die volledig uit klei zijn opgebouwd. Bij een neerslagtekort van 225 millimeter kijken we of er concrete maatregelen nodig zijn. Er wordt dan een overweging gemaakt of onze inspecteurs op pad gaan om onze droogtegevoelige dijken te controleren. Dit is recentelijk gebeurt. Ongeveer 65 kilometer aan dijken zijn geïnspecteerd. Bij scheurvorming kunnen ook drones worden gebruikt. Bij een neerslagtekort van 275 millimeter worden ongeveer 495 kilometer dijken geïnspecteerd. Op deze manier worden droogteschades aan onze dijken (bijvoorbeeld scheuren, natte plekken, vervorming, uitgedroogde grasmatten) tijdig gesignaleerd. Indien nodig worden maatregelen genomen of worden dijken extra in de gaten gehouden. Zo zorgen we voor veilige dijken en houden inwoners droge voeten.
Wat is watertekort?
Watertekort is iets anders dan neerslagtekort, maar draagt ook bij aan de algehele droogte. Watertekort betekent dat de vraag (bijvoorbeeld door de agrarische sector of de industrie) naar water groter is dan het aanbod. Momenteel is er geen watertekort, omdat de aanvoer via de rivieren naar het Marker- en IJsselmeer nog zodanig is dat we voldoende water vanuit die meren ons gebied in kunnen laten. Daarmee kunnen we op dit moment aan de watervraag voldoen.
Desondanks is het gebied erg droog, vanwege het neerslagtekort.
Wat doen andere waterschappen tegen droogte?
De Unie van Waterschappen houdt een blog bij waarin de maatregelen die andere waterschappen treffen worden bijgehouden: Droogte: de stand van zaken.
Hoe zorgt HHNK voor water in de sloot als het niet regent?
We laten op verschillende plekken water in uit het IJssel- en Markermeer. Het ingelaten water verspreidt zich via een geavanceerd stelsel van sloten, stuwen en gemalen door ons gebied. Zo zorgen we voor voldoende en schoon water in de sloten en vaarten.
Waarom is ’s avonds beregenen het advies?
In de avond zijn de temperaturen lager en is er minder sprake van verdamping.
Waarom is de HHNK-crisisorganisatie opgeschaald?
Door de aanhoudende droogte, de landelijke opschaling naar 'feitelijk watertekort' / fase 2 en de voorbereiding van maatregelen die eraan kunnen komen, schaalt HHNK op naar alarmfase 2. Hierdoor zijn we sneller in staat maatregelen die we nu voorbereiden, toe te passen als dat nodig is.
Dijken
Wanneer gaat het hoogheemraadschap dijken inspecteren?
Bij een toenemend neerslagtekort wordt de toestand van de dijken nauwlettend in de gaten gehouden door onze medewerkers in het veld. Daarbij beginnen we met de meest droogtegevoelige dijken, die deels uit veen bestaan. Deze dijken zijn gevoeliger voor uitdroging dan de dijken die volledig uit klei zijn opgebouwd.
Als het neerslagtekort groter wordt dan 225 mm, dan maken we een afweging tot daadwerkelijke inspecties van de dijken. Dan worden als eerste ongeveer 65 kilometer aan droogtegevoelige dijken geïnspecteerd. Dit is in juli gedaan door HHNK. Deze dijken liggen voornamelijk in de regio Waterland. Het zijn zeer oude dijken, vaak met een kern van veen en een kap van klei.
Doordat de droogte aanhoudt, zijn ook andere dijken in aanmerking gekomen voor inspectie. Vanaf woensdag 12 augustus inspecteert HHNK 400 km aan droogtegevoelige dijken. Op deze manier worden droogteschades aan onze dijken (bijvoorbeeld scheuren, natte plekken, vervorming, uitgedroogde grasmatten) tijdig gesignaleerd. Indien nodig worden maatregelen genomen of worden dijken extra in de gaten gehouden. Het gaat om een voorzorgsmaatregel op basis van het neerslagtekort en de prognose. Op dit moment zijn de dijken stabiel. Zo zorgen we voor veilige dijken en houden inwoners droge voeten.
Hoe inspecteert het hoogheemraadschap de dijken?
Onze gebiedsbeheerders en onderhoudsmedewerkers voeren de inspecties in duo's uit. Daarnaast maken we gebruik van drones, waarmee we scheuren kunnen detecteren en monitoren. Dat lukt alleen, als scheuren van bovenaf zichtbaar zijn, wanneer er geen hoog gras of gemaaid gras op de dijk is. Met peilbuizen meten we de hoogte van het grondwater in de dijk, zodat we weten hoe droog het binnenin de dijk zelf is.
Sloten
Waarom laat het hoogheemraadschap water in?
Normaal gesproken wordt overtollig water in het lage Noord-Holland via sloten afgevoerd naar de gemalen, zodat we droge voeten hebben. Vanwege de droogte laten we nu water in, omdat we anders té droge voeten hebben. Water in de sloten is nodig om vele redenen. Een lager slootpeil zorgt ervoor dat agrariërs minder water beschikbaar hebben om gewassen te beregenen. Terwijl het op dit moment het groeiseizoen is. Een lager slootpeil zorgt er ook voor dat het aangrenzende land makkelijke verdroogt. Bovendien bevatten de sloten dan minder zuurstof, worden ze sneller warm, en dat heeft grote gevolgen voor planten en dieren. De oevers van sloten die droogvallen, kunnen makkelijk afkalven. Tot slot zorgen gevulde sloten voor tegendruk tegen zoute kwel. Zonder die druk zou zoute kwel uit de diepere aardlagen naar boven dringen en zou het land verzilten.
Waar wordt het ingelaten oppervlaktewater voor gebruikt in het gebied van Hollands Noorderkwartier?
Het water uit het IJssel- en Markermeer laten we in. HHNK zorgt daarmee dat het water op peil blijft. Dit oppervlaktewater wordt vervolgens onttrokken door verschillende ge- en verbruikers. Alleen de watervraag voor doorspoelen tegen verzilting stellen we zelf in, afhankelijk van de mate van zoutindringing. We zijn en blijven peil gestuurd, waarin we bijsturen op waterkwaliteit en verzilting.
| Peilhandhaving t.b.v. Waterveiligheid | 5% |
| Peilhandhaving t.b.v. veenbehoud | 15% |
| Peilhandhaving watersysteem | 30% |
| Koel/proceswater* | 3% |
| Doorspoelen tegen verzilting | 18% |
| Onttrekking voor beregening | 30% |
* Koelwater gaat niet verloren, maar vloeit terug in het watersysteem. Het wordt dus gebruikt, maar niet verbruikt.
Wat kan ik zelf doen tegen droogte?
De droogte houdt aan en het neerslagtekort neemt toe in Noord-Holland. Daarmee wordt op korte termijn water schaars. HHNK doet een beroep op alle inwoners en agrariërs die hun tuin en land beregenen. Locodijkgraaf Klazien Hartog: ‘’Beregenen overdag zorgt voor veel verdamping. Om langer en duurzamer toe te kunnen met het beschikbare water, roep ik agrariërs dringend op om hun land te beregenen aan het einde van de dag of in de avond, hiermee voorkom je extra verdamping. Alleen door allemaal, ook inwoners, zo min mogelijk oppervlaktewater te gebruiken stellen we het moment uit waarop we in de knel komen.’’
Zie de pagina Wat kan je zelf doen tegen droogte?
Beweidingsverbod
Waar geldt het beweidingsverbod?
Het beweidingsverbod geldt voor alle dijken langs de Waddenzee in Hollands Noorderkwartier. Dat zijn de Waddenzeedijk op Texel en op het vasteland tussen Den Helder en Den Oever: de Balgzanddijk, de Amsteldiepdijk en de dijk op Wieringen. Het gaat om in totaal zestien pachters die daar geen vee mogen laten lopen.

Wat is een beweidingsverbod
Een beweidingsverbod houdt in dat pachters hun vee niet meer op onze dijken mogen laten grazen.
Wanneer gaat het beweidingsverbod in?
Zaterdag 8 augustus om 18.00 uur.
Waarom wordt dit verbod ingesteld?
Door de intensieve begrazing van vee in combinatie met de droogte is het gras niet in staat om snel genoeg te groeien voordat het stormseizoen aanbreekt. Grasmatten hebben tijd nodig om te herstellen. Een goede grasmat is nodig om de waterkering (dijk) stevig te houden. Bij een storm, waarbij het water over de dijk heen komt, beschermt de grasmat de dijk tegen afschuiven. Met het instellen van het beweidingsverbod zorgen we ervoor dat de dijk robuust blijft en daarmee komende winter het achterland beschermd blijft.
Onder normale omstandigheden (wanneer er geen sprake is van droogte) is het begrazen van de grasmat een veelvoorkomende manier om de grasbekleding op dijken te onderhouden.
Hoe lang geldt het beweidingsverbod?
Zodra de grasmat voldoende hersteld is, wordt het verbod ingetrokken. Een goede grasmat is nodig om de waterkering (dijk) stevig te houden en daarmee bestendig tegen stormen.
Zijn er ook dijken waar het beweidingsverbod niet geldt?
Ja, op de meeste dijken in Hollands Noorderkwartier mag nog steeds vee grazen. Het beweidingsverbod geldt voor alle dijken langs de Waddenzee. Dat zijn de Waddenzeedijk op Texel en op het vasteland tussen Den Helder en Den Oever: de Balgzanddijk, de Amsteldiepdijk en de dijk op Wieringen. Het gaat om in totaal zestien pachters die daar geen vee mogen laten lopen.
Landbouwadviescommissie en de verdringingsreeks
Wat is de verdringingsreeks / Strategie Waterverdeling?
Bij een dreigend watertekort, wordt in Nederland het water verdeeld. Het beschikbare water gaat dan het eerst naar de zaken die van groot belang zijn, zoals de zorg voor onze dijken, de drinkwatervoorziening en de energiecentrales. Andere zaken zoals bijvoorbeeld beregening van gewassen, scheepvaart en recreatie krijgen een lagere prioriteit.
We noemen deze (landelijke) prioritering de verdringingsreeks. Deze geeft aan welke zaken bij de waterverdeling voorrang krijgen op andere zaken. De categorieën 3 en 4 zijn door de provincies en de waterschappen vervolgens regionaal uitgewerkt in de Strategie Waterverdeling. Kijk voor meer informatie op onze pagina: Droogte en waterverdeling
Waarom komt de Landbouwadviescommissie samen?
Ter voorbereiding en evaluatie van ieder droogteseizoen komt de Adviescommissie standaard tweemaal per jaar (in april en oktober) bijeen. Daarnaast op afroep als er aanleiding toe is op basis van actuele en verwachte ontwikkelingen. Zoals nu vanwege de aanhoudende droogte. Op basis van actuele ontwikkelingen kan de Adviescommissie het waterschap van advies voorzien om de sociaaleconomische impact van eventuele maatregelen zoveel mogelijk te beperken. HHNK kan dit advies meewegen in haar beslissing over maatregelen.
Welke partijen zitten aan tafel bij de Landbouwadviescommissie?
In de Landbouwadviescommissie zit een brede vertegenwoordiging van de agrarische sector. Hierin zitten vertegenwoordigers van de volgende partijen:
- Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO)
- Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB)
- Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV)
- Glastuinbouw Nederland
- Hollands Agrarisch Jongeren Kontakt (HAJK)
- Water, Land & Dijken (WL&D)
- Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV)
- Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO)
Wanneer kwam de Landbouwcommissie voor het laatst bij elkaar?
Regulier komt de Adviescommissie jaarlijks tweemaal bijeen: bij de start (april) en aan het eind van ieder droogteseizoen (oktober). Ook dit jaar is de Adviescommissie in april bijeengeweest. Indien er aanleiding toe is, komt de Adviescommissie vaker bijeen. Dit laatste is nog niet eerder gebeurd, maar is nu wel het geval. Op 13 augustus komt de Landbouwadviescommissie bijeen vanwege het recordhoge neerslagtekort in Hollands Noorderkwartier en de voorbereiding om de verdringingsreeks in te zetten.
Verzilting
Wat is verzilting?
Verzilting is de toename van het zoutgehalte in de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater. Verzilting gebeurt door indringend zeewater (extern); zeewater dat via o.a. riviermondingen, sluizen en/of vispassages via het oppervlaktewater het watersysteem binnendringt. Daarnaast is er sprake van interne verzilting; zout of brak grondwater dat als kwelwater omhoogkomt en als gevolg daarvan in de bodem en het grond- en oppervlaktewater terecht komt.
Verzilting komt in ons gebied voor aan de kust en op plekken die vroeger brak of zout water hadden, voordat het werd doorgemalen of ingepolderd. Daardoor zit er in de bodem brak of zout water.
Hoe ontstaat verzilting in droge periodes?
Omdat we in Hollands Noorderkwartier grotendeels op een voormalige zeebodem leven, is de bodem relatief zout. Voldoende zoet water in onze sloten voorkomt dat dit zout naar boven dringt. In tijden van droogte kunnen bodem en sloten verzilten. Zodra er minder zoetwater in sloten staat, kan de zoute kwel omhoogkomen en zorgen dat het water in sloten zouter wordt. Dit is kwalijk voor landbouw en natuur.
Schutbeperkingen
Wat zijn schutbeperkingen?
Schutbeperkingen bij een sluis zijn maatregelen waarbij het schutten (het verplaatsen van schepen tussen verschillende waterstanden) wordt beperkt. Door de schutbeperking in te stellen voor recreatievaart zorgen we ervoor dat er een stuk minder zout water het gebied instroomt. Er is ook minder water nodig voor doorspoeling voor verziltingsbestrijding. Het geldt onder meer bij de Koopvaardersschutsluis en Boerenverdrietsluis in Den Helder, waar zout zeewater en zoet water met elkaar vermengd raken.
Waarom zijn er schutbeperkingen?
De zoetwatervoorraad in het IJsselmeer en Markermeer neemt snel af en verzilting neemt toe. Daarom hebben we met ingang van 12 augustus schutbeperkingen afgekondigd voor de recreatievaart bij twaalf sluizen. De schutbeperkingen zijn ingevoerd bij de Koopvaarderschutsluis en de Boerenverdrietsluis in Den Helder, maar ook in omgeving Kolhorn en bij het Noordzeekanaal en het IJ in Amsterdam. Beroepsvaart kan gebruik blijven maken van de sluizen. Voor recreatievaart gaan de sluizen zeer beperkt open. Daarnaast sluiten we de vispassages tussen zoet water en zout buitenwater. Deze maatregelen zijn de eerste stappen uit de regionale verdringingreeks. Het zorgt ervoor dat er een stuk minder zout water het gebied instroomt. Daardoor hoeven we dan minder zoetwater door te spoelen.
Waar gelden schutbeperkingen?
De schutbeperkingen gelden voor in totaal 12 sluizen in ons beheergebied:
- Koopvaarderschutsluis - Den Helder
- Boerenverdrietsluis - Den Helder,
- Kooysluis - Den Helder,
- Braaksluis - Kolhorn
- Molenkolksluis - Kolhorn
- Willem I sluis - Amsterdam
- Nieuwendammersluis - Amsterdam, de
- Wilhelminasluis - Zaandam
- Hanepadsluis - Zaandam
- Groote- of Hondsbosche Sluis - Zaandam
- Overtoomsluis - Westzaan
- Schermersluis - Nauerna
Bij de Kooysluis (Den Helder), Braaksluis en Molenkolksluis (Kolhorn), waar sprake is van brak water, geldt de schutbeperking ook om zoet water te besparen.
Gelden de schutbeperkingen ook voor beroepsvaart?
Nee, de schutbeperkingen gelden voor de recreatievaart.