Langdurige droogte en hitte komen steeds vaker voor. Wanneer er geen regen valt en het water verdampt hebben we steeds minder water in onze sloten. We kunnen dan water inlaten vanuit het IJssel- en Markermeer. Maar als er ook in de rest van Europa geen regen valt en het IJsselmeer via de Rijn en de IJssel ook niet meer voldoende wordt aangevuld met water, moeten we het beschikbare oppervlaktewater verdelen.

Verdeling beschikbaar water

Het beschikbare water gaat dan het eerst naar de zaken die van groot belang zijn, zoals de zorg voor onze dijken, de drinkwatervoorziening en de energiecentrales. Andere zaken zoals bijvoorbeeld beregening van gewassen, scheepvaart en recreatie krijgen een lagere prioriteit. Hieronder ziet u welke voorzieningen en activiteiten tot welke categorie behoren. Categorie 1 heeft de hoogste prioriteit en categorie 4 de laagste.

Landelijk bepaald, regionaal uitgewerkt

We noemen deze (landelijke) prioritering de verdringingsreeks. Deze geeft aan welke zaken bij de waterverdeling voorrang krijgen op andere zaken. De categorieën 3 en 4 zijn door de provincies en de waterschappen vervolgens regionaal uitgewerkt in de Strategie Waterverdeling.

Onderstaande animatie toont hoe het water verdeeld wordt als er minder water beschikbaar is/komt.

Ook in droge periodes proberen we de boeren zo veel en zo lang mogelijk van water te voorzien. We nemen eerst maatregelen die leiden tot waterbesparing, zoals het beperken van schutbewegingen bij sluizen en het sluiten van vispassages. Maar als de droogte aanhoudt kan het nodig zijn het onttrekken van oppervlaktewater voor beregening te verbieden. 

Bij het instellen van beregeningsverboden (ongeveer eens per 17 jaar) staat het minimaliseren van de maatschappelijke en economische schade centraal. Dat betekent dat laag renderende landbouwgewassen (categorie 4) als eerste te maken krijgen met beregeningsverboden. Gewassen die een hogere opbrengst per hectare hebben, de zogenaamde ‘kapitaalintensieve teelt’ (categorie 3), kunnen in principe langer van water worden voorzien. Om te bepalen in welke volgorde gewassen een beregeningsverbod krijgen opgelegd, gebruiken we de NSO-typering van de WUR als objectieve bron voor de gewasopbrengst per hectare.

Het gebruik van oppervlaktewater voor beregening wordt, in geval van toenemende schaarste, in drie stappen afgebouwd:

  1. Laag renderend, opbrengst per hectare kleiner dan € 2.000 (categorie 4);
  2. Gemiddeld renderend, opbrengst per hectare tussen de € 2.000 en € 10.000 per hectare (categorie 4);
  3. Hoogrenderend, ofwel kapitaalintensieve teelten, opbrengst per hectare meer dan € 10.000 (categorie 3).

Op Texel geldt overigens het gehele jaar een beregeningsverbod. Dit vanwege de kwetsbaarheid van het gebied en omdat hier geen wateraanvoer mogelijk is.