Het Noorderpolderhuis van de Schermer, gelegen aan de dijk ten noorden van Schermerhorn, is een parel in het landschap. Het Rijksmonument is een waterschapshuis met een lange en interessante historie. Het Noorderpolderhuis is niet te bezoeken, maar wordt meestal met Open Monumentendag opengesteld.

Noorderpolderhuis met links de herenkamer en op het dak de klokkenstoel. Foto: HHNK

Van timmermanswoning naar waterschapshuis

Het Noorderpolderhuis werd oorspronkelijk gebouwd als dienstwoning voor de molentimmerbaas. Hij zwaaide de scepter over de grote molenwerkplaats de Noorderwerf. In de schuren werd gewerkt aan het onderhoud van de 52 molens die destijds de Schermer drooghielden.

De precieze bouwdatum is niet bekend, maar de oudste schriftelijke vermelding is van 11 december 1661. In de klokkenstoel (in de dakruiter) hangt een klokje met randschrift 1681, dat het 17e-eeuwse origine van het pand bevestigt.

Links Noorderpolderhuis met rechts molens met aanduiding Timmerman, Schermerhorn, datering ca 1900. Collectie: Noord-Hollands Archief, NL-HlmNHA_559_002882

In 1744 werd het huis gekocht door het polderbestuur van Waterschap Schermeer en verbouwd tot polderhuis. Het polderbestuur bleef in het stadhuis van Alkmaar vergaderen. Daarnaast was het polderhuis een geschikte vergaderlocatie midden tussen de molens, waarvoor vaak kosten nodig waren voor onderhoud. Aan de zuidkant is het huis in 1752 uitgebreid met een gang en een hoger gedeelte met houten topgevels, waarin zich de herenkamer bevindt. Deze uitbreiding is in baksteen uitgevoerd omdat dit duurzamer was. Er was ook een Zuiderpolderhuis, dat stond in de buurt Driehuizen. Dat is in 1958 afgebroken.

Gedekte tafel in de Herenkamer. Foto: HHNK

Vergaderen op stand

De herenkamer werd gebruikt voor vergaderingen, maaltijden en als ontvangstruimte door de dijkgraaf en heemraden van Waterschap Schermeer en de opvolgers Het Lange Rond en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Opvallende elementen in de vergaderzaal zijn de bronsgroen geschilderde balken met in goudkleurige verf Latijnse spreuken, de marmeren hangschouw met Rococo snijwerk, de mahoniehouten ovale tafel, de eikenhouten kaartenkist, de twaalfarmige kroonluchter, de engel op de bol (De Faam) gemaakt van eikenhout uit een Schermermolen en de hoekkast met waterschapsglazen. Rondom de tafel staan stoelen waarvan één met armleuningen, deze was bestemd voor de dijkgraaf.

Hoekkast uit 1753 door Tavonier. Foto: HHNK

Schouwen, kegelen en dineren

Ieder jaar in de herfst beschouwde het bestuur of de boeren het riet en de waterplanten uit de sloten hadden verwijderd zodat het water ongehinderd kon weglopen. Na deze schouw werd in de herenkamer door het bestuur beslist wie een boete verdiende omdat dit werk niet was gedaan. Deze belangrijke dag werd afgesloten met een maaltijd, maar eerst gingen de heren kegelen. Omdat het Noorderpolderhuis ver van de bewoonde wereld was, beschikte men over een eigen kegelbaantje in de timmerschuur. Het luiden van de bel was het teken dat het tijd was om aan tafel te gaan in de herenkamer voor het schouwmaal. De tafel was rijk gedekt met eigen zilveren bestek en een Wedgwood servies met klimopmotief. Klimop is een plant die zaken aan elkaar knoopt en daarom een symbool van vriendschap is. Ook de hensbeker stond klaar. Het woord ‘Henze’ of ‘hanze’ betekent bondgenootschap en de beker werd gebruikt om op de vriendschap te toosten.

Kegelbaan. Foto: HHNK

Bedreigd met sloop

Rond 1950 was het polderhuis er slecht aan toe. Onder leiding van dijkgraaf Posch werd besloten tot een grote renovatie, hoewel er bezwaren werden geopperd wegens de hoge kosten. De restauratie werd in 1953 voltooid. Een gedenksteen in de voorgevel herinnert aan de feestelijke heropening. In 2019 werden opnieuw grootscheepse herstelwerken uitgevoerd. In het complex wordt nog altijd vergaderd en ook vindt hier in de herfst het traditionele schouwmaal plaats. Het woongedeelte is in gebruik.

Gedenksteen feestelijke heropening 1953. Foto: Colette Cramer

Extra