Uitzonderingen op de aanbestedingsplicht

Opdrachten boven de Europese aanbestedingsdrempels

Opdrachten waarvan de geraamde opdrachtwaarde de Europese aanbestedingsdrempel (zie paragraaf 2.4 van dit beleid voor een overzicht van de Europese aanbestedingsdrempels) overschrijdt, zogenoemde bovendrempelige opdrachten’, dienen op grond van de Aanbestedingswet 2012 Europees te worden aanbesteed. Er zijn echter opdrachten die, ondanks het feit dat de geraamde opdrachtwaarde de van toepassing zijnde Europese aanbestedingsdrempel overschrijdt, op grond van de Aanbestedingswet 2012 toch niet Europees hoeven te worden aanbesteed. Bij deze wettelijke uitzonderingen op de aanbestedingsplicht gaat het met name om: 

  • bepaalde overheidsopdrachten voor diensten die buiten het toepassingsbereik van de Europese aanbestedingsrichtlijnen vallen, bijvoorbeeld:
    • opdrachten die aan een andere aanbestedende dienst worden gegund op basis van een uitsluitend recht;
    • opdrachten betreffende arbitrage en bemiddeling;
    • bepaalde opdrachten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling (overheidsopdrachten voor diensten, zoals opgenomen in artikel 2.24 Aw 2012).
    • quasi-inhouse opdrachten (quasi-inbesteden) (overheidsopdrachten, zoals opgenomen in artikel 2.24a en 2.24b Aw 2012);
  • opdrachten die verstrekt worden in het kader van horizontale samenwerking tussen aanbestedende diensten (overheidsopdrachten, zoals opgenomen in artikel 2.24c Aw 2012).

Daarnaast zijn er opdrachten waarbij – bij wijze van uitzondering – in plaats van een reguliere Europese aanbestedingsprocedure de zogenoemde onderhandelingsprocedure zonder aankondiging (overheidsopdrachten, zoals opgenomen in artikel 2.32 t/m 2.37 (paragraaf 2.2.1.7) Aw 2012) gevoerd mag worden. Een voorbeeld hiervan is de terughoudend toe te passen uitzondering (artikel 2.32 lid 1 sub b jo. 2) dat om technische redenen mededinging ontbreekt, waardoor slechts één onderneming de opdracht kan uitvoeren. 

De toepassing van een wettelijke uitzonderingsgrond op de aanbestedingsplicht bij een opdracht met een geraamde opdrachtwaarde boven de Europese aanbestedingsdrempels dient getoetst te worden door het cluster Inkoop & MVO en voorgelegd te zijn aan het MAT. 

Opdrachten onder de Europese aanbestedingsdrempels

Opdrachten met een geraamde opdrachtwaarde onder de Europese aanbestedingsdrempel, zogenoemde ‘onderdrempelige opdrachten’, dienen in beginsel aanbesteed te worden met toepassing van de voorgeschreven aanbestedingsprocedures, te weten: enkelvoudig onderhands, meervoudig onderhands of nationaal. Hiervan kan bij wijze van uitzondering worden afgeweken van de toepassing van deze aanbestedingsprocedures. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen drie verschillende afwijkingsbevoegdheden.

Afwijkingsbevoegdheid: toepassen van een zwaardere procedure 

Bij deze afwijkingsbevoegdheid gaat het om de toepassing van een ‘zwaardere’ aanbestedingsprocedure dan is voorgeschreven in paragraaf 2.4. Een voorbeeld hiervan is dat een overheidsopdracht voor diensten met een geraamde opdrachtwaarde van € 200.000,00 excl. btw niet wordt aanbesteed op basis van een meervoudig onderhandse aanbesteding, maar op basis van een Europese openbare (of niet-openbare) aanbesteding. Het toepassen van een zwaardere procedure is uitsluitend toegestaan indien dit op grond van de Gids Proportionaliteit proportioneel wordt geacht, hetgeen vooraf getoetst en akkoord dient te worden bevonden door het cluster Inkoop & MVO. 

Afwijkingsbevoegdheid: toepassen van een lichtere procedure volgens een uitzonderingsgrond

In de volgende situaties kan er afgeweken worden van de aanbestedingsplicht bij opdrachten die zijn geraamd onder Europese aanbestedingsdrempels. 

  1. Wanneer er op basis van de Aanbestedingswet geen aanbestedingsplicht geldt voor opdrachten boven de Europese drempel (zoals o.a. bedoeld in artikel 2.24 Aw onder g en 2.24a t/m 2.24c Aw 2012), dan geldt er ook geen aanbestedingsplicht voor opdrachten beneden de Europese drempel. Hiervoor kunnen onderhands enkelvoudige opdrachten worden verleend.
  2. Wanneer er op basis van de Aanbestedingswet een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging mogelijk is (zoals o.a. bedoeld in artikel 2.32 en 2.33 Aw 2012), dan is dat ook mogelijk van toepassing voor opdrachten beneden de Europese drempel, mits inderdaad sprake is van een soortgelijke situatie. Indien de mededinging om technische redenen ontbreekt (art. 2.32 Aw, eerste lid, onderdeel b, onder 2°) moet dit onderbouwd worden door een voorafgaande marktconsultatie (zie paragraaf 2.2), gevolgd door een publicatie van vrijwillige transparantie op TenderNed. Bij een beroep op dwingende spoed (art. 2.32 Aw, eerste lid, onderdeel c) gaat het bij HHNK om ‘omstandigheden anders dan ontstaan door eigen nalaten en waarbij door het niet onverwijld verstrekken van een opdracht schade ontstaat die niet op een andere wijze kan worden voorkomen of beperkt’.
  3. Wanneer er op basis van de Aanbestedingswet een opdracht voorbehouden kan worden aan een onderneming die voldoet aan artikel 2.82 Aw (sociale werkplaatsen) dan is dat ook mogelijk voor opdrachten beneden de Europese drempel en kunnen hiervoor onderhands enkelvoudige opdrachten worden verleend, mits de onderneming kan aantonen dat zij de maatschappelijke en professionele (her-)integratie van gehandicapten of kansarmen tot belangrijkste doel heeft, bijvoorbeeld doordat zij dit in haar statuten heeft opgenomen of door het beschikken over een geldig PSO 30+ certificaat.
  4. Bij Sociale en andere specifieke diensten (SAS) hanteert het waterschap de enkelvoudige procedure tot aan het Europese drempelbedrag voor diensten. Boven dit drempelbedrag, tot aan het EU-drempelbedrag voor Sociale en andere specifieke diensten van € 750.000,-, dient in principe meervoudig onderhands te worden ingekocht.
  5. Een Eigen Initiatief (een concreet zakelijk voorstel, ontwikkeld door een private partij, voor de oplossing van een bij het waterschap bestaand probleem (goederen, diensten of processen), waar het waterschap niet zelf om heeft gevraagd, en welk voorstel voor het waterschap meerwaarde biedt) met een geraamde opdrachtwaarde onder de Europese drempelbedragen kan door HHNK rechtstreeks aan de indiener gegund worden, zonder dat hiervoor een (meervoudig) onderhandse of nationale procedure gevolgd hoeft te worden. De voorwaarden en spelregels zijn hiervoor in afzonderlijk beleid uitgewerkt en voor de markt op onze website toegankelijk gemaakt, zie Innovatieloket.
  6. Wanneer een opdracht met een totale waarde boven een Europees drempelbedrag wordt opgedeeld in percelen, en één of meerdere percelen kunnen worden uitgezonderd (art. 2.18 Aw of 2.19 Aw) mogen deze percelen, ongeacht de geraamde waarde, rechtstreeks aan partij naar keuze gegund worden.

Het toepassen van een lichtere procedure op basis van een van de voornoemde uitzonderingsgronden is uitsluitend toegestaan indien dit vooraf getoetst en akkoord is bevonden door het cluster Inkoop & MVO. Tevens dient in deze gevallen advies gevraagd te worden van het Markt Advies Team. 

Afwijkingsbevoegdheid: toepassen van een lichtere procedure zonder een uitzonderingsgrond

Bij deze afwijkingsbevoegdheid gaat het om een het toepassen van een lichtere aanbestedingsprocedure dan voorgeschreven in paragraaf 2.4 waarbij er geen beroep gedaan kan worden op een van de uitzonderingsgronden die onder de afwijkingsbevoegdheid 2 zijn benoemd. Hier dient terughoudend mee omgegaan te worden. De beslissingsbevoegdheid in deze ligt bij de directieleden van HHNK. Om er voor te zorgen dat er binnen HHNK op een eenduidige manier wordt omgegaan met de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid, vindt afwijking door een directielid pas plaats nadat daarover afstemming heeft plaatsgevonden in de directie van HHNK. Het voorstel aan de directie dient deugdelijk gemotiveerd te worden alsmede vergezeld te zijn van een aanbestedingsrechtelijk advies door het cluster Inkoop & MVO, dit advies vindt plaats op basis van het daaromtrent bepaalde in de Gids Proportionaliteit (met name voorschrift 3.4A). Tevens dient in deze gevallen advies gevraagd te worden van het Markt Advies Team. 

Het antwoord op de vraag of in het betreffende geval een lichtere aanbestedingsprocedure proportioneel is, is vooral afhankelijk van de navolgende aspecten: 

  • de omvang van de opdracht;
  • de transactiekosten voor zowel de aanbestedende dienst als de inschrijvers;
  • het aantal potentiële inschrijvers;
  • het gewenst eindresultaat;
  • de complexiteit van de opdracht;
  • het type van de opdracht en het karakter van de markt. 

De bovengenoemde opsomming uit de Gids Proportionaliteit heeft geen limitatief karakter. De beslissing om gebruik te maken van de maatwerkbevoegdheid kan nadrukkelijk ook op andere steekhoudende argumenten worden gebaseerd, zoals bijvoorbeeld: 

  • de noodzaak van ongestoorde continuering van de bedrijfsvoering;
  • organisatie en privacy vertrouwelijke onderwerpen, zoals mobiliteitstrajecten, werk naar werk opdrachten, werving en selectie opdrachten;
  • aankoop van goederen die uniek als tweedehands worden aangeboden;
  • het uitvoeren van werken op terreinen van derden die van belang zijn voor de primaire taken van HHNK (zoals aanleg van waterlopen of waterbergingsprojecten) maar waarbij HHNK niet optreedt als contractpartij naar de aannemer.