Sneeuw en waterbeheer
De sneeuwval en de weercodes van het KNMI houden Nederland deze week in hun greep. De komende dagen stijgen de temperaturen licht en gaat sneeuw over in regen. De uitzonderlijke hoeveelheid sneeuw die er al ligt is een vorm van neerslag en gaat een keer smelten. Sneeuw wordt dan (smelt)water. Wat dat betekent voor ons waterbeheer leggen we hier uit.
Hoeveelheid
De hoeveelheid neerslag is te berekenen met dit rekensommetje: 1 cm sneeuw staat gelijk aan 1 tot 1,5 mm regen. De sneeuwdikte in ons beheergebied, van Amsterdam-Noord tot en met Texel, varieert. Als het gaat dooien, is de schatting dat er zo’n 10 tot 20 mm water in de sloten en kanalen terechtkomt. Onze gemalen pompen zo’n 15 mm water per etmaal weg. De hoeveelheid sneeuw die smelt staat gelijk aan een hele natte dag. Dat is in het najaar en winter normaal. De gemalen kunnen dit water wegpompen.
Grondwaterstand
Sneeuw is een watervoorraad die niet wegstroomt. Pas als het gaat dooien smelt de sneeuw geleidelijk in het ideale geval. Dat komt deze tijdelijke watervoorraad pas in beweging. Het smeltwater zakt dan langzaam de bodem in. Dit is goed voor de aanvulling van het grondwater.
Bevroren bodem
Het kan zijn dat de bodem nog bevroren is of warmere regen valt op een dik pak sneeuw. Het water kan dan nog niet de bodem intrekken en spoelt dan eerder af naar het riool en sloten en kanalen. Het gaat dan om een combinatie van smeltwater en regenwater. Onze verwachting is dat dit niet leidt tot wateroverlast.
Verzadiging
Als de temperatuur stijgt en de sneeuw in korte tijd gaat smelten, kan het smeltwater mogelijk snel tot afvoer komen door verzadiging van de bodem. Bij verzadiging zit de grond ‘vol’ water en kan het geen nieuw water meer opnemen. In dat geval krijgen onze gemalen veel water te verwerken in het watersysteem en op onze vijftien rioolwaterzuiveringsinstallaties. Dit gezuiverde water wordt vervolgens geloosd in het oppervlaktewater. Ook hier is onze verwachting dat dit niet leidt tot wateroverlast.
