Open Purmer op 25 juni 2022

Kom naar de open dag in de Purmer en bezoek ons gemaal. Bekijk voor informatie, plattegrond en deelnemers het nieuwsbericht: Open Purmer 25 juni.

In het noorden van de Purmer staat het oudste gemaal van deze droogmakerij, verscholen tussen bomen en nog eenzaam tussen de weilanden ondanks de oprukkende verstedelijking. Het gebouw is voorzien van de modernste maaltechnieken maar ademt geschiedenis, die teruggaat tot de middeleeuwen.

Gemaal Purmer Noord op een mistige maar mooie ochtend. Foto: Henk Looijesteijn

Het ‘Purmer zeewijf’

In het jaar 1403 breekt bij Edam de zeedijk door. Als het gat weer is afgesloten zwemt in de Purmermeer een ‘wild en ongetemd zeewijf’, bedekt met groenig mos en levend van rauwe vis. Het ‘groene wijf’ wordt door melkmeisjes uit Edam gevangen en schoon gemaakt. Ze blijkt de Hollandse pot ook smakelijk te vinden. Vanuit heel Holland komt men naar Edam om haar te bekijken. Ten slotte wordt ze naar Haarlem gehaald, waar ze leert spinnen en na vele jaren overlijdt.

De Meermin, of het ‘Groenne Wijf’. Afbeelding van een in 1792 verbrand schilderij in: Arnout Vosmaer, 'Beschryving van de zoogenaamde meermin der stad Haarlem', Verhandelingen der Hollandsche Maatschappye der Weetenschappen 23 (1786), Plaat L. Collectie: Rijksmuseum, Amsterdam, RP-P-OB-78.242

Wapenschild

Deze Hollandse sage was tijdens de 17de en 18de eeuw heel bekend. Toen in 1622 de Purmer werd drooggemaakt, moest het nieuwe waterschap een wapen krijgen. Als ‘schildbeeld’ koos men het beroemde zeewijf, spinnend en wel en als ‘schildhouders’ twee melkmeisjes. Men maakte er op een gegeven ogenblik ook een muurschildering van in het gemaal, die nog altijd is te zien. Wanneer dat was, is onbekend, maar gezien de stijl en het gedichtje is het mogelijk gemaakt bij de viering van driehonderd jaar Purmer in 1922.

Muurschildering van het Purmer wapen, met een berijmde zegenwens voor de ‘Kroon der uitgemalen meren’. Foto: Henk Looijesteijn

Van wind naar stoom

Zoals alle 17de-eeuwse polders werd de Purmer droog gehouden met windmolens. Dat bleef zo tot ver in de 19de eeuw, toen stoomkracht beschikbaar kwam. Na wateroverlast veroorzaakt door een buitengewone windstilte waardoor de molens niet konden malen, stelde polderopzichter Willem Francken (1821-1906) voor aan het noordeinde van de Middentochtsloot een stoomgemaal te bouwen dat hij zelf ontwierp. Nog niet alle molens werden gesloopt, en nog jarenlang werd de Purmer drooggehouden met stoom- en windkracht. Kolen waren immers duur en de wind gratis.

Het stoomgemaal zoals het was ontworpen door Francken. Het huis, de kolenschuren, de schoorsteen en de uitbouw zijn ondertussen afgebroken. Ets uit 1981 door J.C. van Herk. Collectie: Noord-Hollands Archief, NL-HlmNHA_359_2706

Edams onderonsje?

Francken woonde in Edam, dat veel invloed had over de Purmer omdat het waterschapsbestuur er zetelde. Dijkgraaf Gerardus Johannes Versteegh (1808-1878) was ook burgemeester van Edam. Franckens ontwerp werd nagekeken door Pieter de Leeuw (1811-1895), opzichter van het hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen, dat ook in Edam was gevestigd.

Dijkgraaf Versteegh was ook burgemeester en statenlid, en dus een beroepsbestuurder. Tot 1904 waren alle dijkgraven van de Purmer stedelingen. Portret uit 1924 door Johan Gabriëlse (1881-1945). Foto: Edams Museum

Gemalenbouwer

Toch werd de gemaalbouw geen Edams onderonsje. Aannemer Cornelis Blankevoort (1820-1887) kwam namelijk uit Monnickendam. Hij was een ondernemende man, die ook in Kadoelen een gemaal bouwde en de Blijkmeer bij Holysloot inpolderde. Het door hem gestichte bedrijf heet nu Van Hattum en Blankevoort en bouwt nog steeds gemalen. Blankevoort schonk de zilveren troffel waarmee op 1 september 1877 dijkgraaf Versteegh de eerste steen legde.

Troffel voor het leggen van de eerste steen van het stoomgemaal Purmer. Collectie: HHNK

Van stoom naar elektriciteit

In 1907 werd een nieuwe stoommachine geplaatst en was windbemaling overbodig. In 1909 werden de laatste windmolens van de Purmer verkocht. De stoombemaling ging mee tot 1972, al werd na de oorlog de stoomaandrijving van een de twee pompen vervangen door een dieselmotor. Voor de andere pomp bleef men tot 1972 op stoom vertrouwen. Toen was de ketel versleten, en liet de polder een elektromotor monteren.

De Purmer, interieur van het stoomgemaal rond 1900. Collectie: Noord-Hollands Archief, NL-HlmNHA_559_001369_01

Monumentale stoommachine

Bij het plaatsen van de elektromotor was veel van het complex niet meer nodig, en werd het voor een groot deel afgebroken. Het hoofdgebouw met zijn kenmerkende boogramen bleef staan en werd in 2012 gerenoveerd en van de huidige, volledig elektrische pompen voorzien. De stoommachine uit 1907 verkeerde nog in uitstekende staat. Tegenwoordig is de gerestaureerde en werkende stoommachine te bezichtigen in De Rijp, in de oude vestiging van VOPO Pompen.

De voormalige stoommachine van het gemaal Purmer Noord, nu in De Rijp. Tijdens Open Monumentendagen wordt de stoommachine in werking gebracht. Foto: HHNK

Extra

  • Het gemaal Purmer Noord staat naast knooppunt 94 van de fietsroutes Laag Holland. Er zijn verschillende routes, maar deelroute 2 leidt door de Purmer. Bij het gemaal kan men uitrusten op verschillende bankjes.
  • Wie meer wil weten over de sage van het ‘Purmer zeewijf’ kan daarover uitgebreid lezen op de Verhalenbank van het Meertens Instituut.
  • Over de geschiedenis van Van Hattum en Blankevoort kan men lezen op https://magazine.vhbinfra.nl/.
  • De laatste stoommachine staat in het centrum van De Rijp in de oude vestiging van VOPO Pompen.