Werkbezoek staatssecretaris Jo-Annes de Bat aan Wieringermeer
Op 11 mei bezocht staatsecretaris Jo-Annes de Bat van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) Agriport om met verschillende partijen waaronder Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) te praten over het voorgenomen besluit om in de diepe Wieringermeerpolder een hoogspanningsstation te plaatsen. Tijdens dit bezoek en bestuurlijk overleg heeft hoogheemraad Marjan Leijen nogmaals aangegeven dit vanwege de grote risico's onverstandig te vinden en aandacht gevraagd voor beter geschiktere locaties voor de aanleg van dit hoogspanningsstation.
Aanleiding van het bezoek zijn de plannen van het ministerie voor de verbetering van het stroomnetwerk en het door de regio uitgebrachte regio-advies. In dit advies worden het voorkeurstracé voor een nieuwe 380-kilovolt-elektriciteitsverbinding en de voorkeurslocaties voor ontvangststations voor stroomwindparken op zee in Noord-Holland genoemd waaronder een hoogspanningsstation in de Wieringermeerpolder. HHNK heeft niet ingestemd met dit regio-advies.
Een belangrijke reden voor HHNK om niet in te stemmen met het regioadvies is dat een aantal voorkeurslocaties voor hoogspanningsstations voor het nieuwe 380-kilovolt stroomnet zich bevindt in de Wieringermeerpolder, dat ruim 4 meter onder zeeniveau ligt. Dagelijks bestuurder Marjan Leijen, portefeuillehouder Milieu- en energiebeleid: “We zijn ontzettend blij dat ons energiesysteem wordt versterkt, maar we kunnen het niet verkopen dat zeer kwetsbare infrastructuur in onze diepste polder wordt toegestaan. Daarvoor zijn de risico's te groot. Voor de langere termijn zijn er ook alternatieve en geschiktere locaties beschikbaar.”
Bouwen van een hoogspanningsverdeelstation in een diepe polder is onverstandig
Een hoogspanningsverdeelstation vraagt om maximale betrouwbaarheid en minimale externe risico’s. Een diepe polder onder zeeniveau combineert meerdere structurele kwetsbaarheden, waardoor risico’s, kosten en afhankelijkheden toenemen. Dit betreft niet alleen risico’s vanuit waterveiligheid en overstromingsrisico's maar bijvoorbeeld ook kwetsbaarheid bij systeemfalen, langetermijnrisico's door klimaatverandering, bereikbaarheid bij calamiteiten of vergroting van maatschappelijke risico’s als vitaal netwerkonderdeel. Daarnaast is het raadzaam vitale infrastructuur bij voorkeur op een hoog, veilig en robuust terrein te bouwen. Mocht een dergelijke voorziening in het kader van de energietransitie in de toekomst uitgebreid moeten worden, dan brengt dat extra uitdagingen en kosten met zich mee.
Nog geen onderzoeken verricht
Er zijn tot dusverre geen onderzoeken verricht naar de gevolgen van stroomkabelroutes op de waterkwaliteit en effecten bij uitval van het stroomnetwerk door bijvoorbeeld overstroming of onderwaterzetting. HHNK is van mening dat het doen van dergelijke onderzoeken bij een dergelijk ambitieus energieprogramma nadat de definitieve voorkeursbeslissing is genomen niet de juiste volgorde is.
Inwoners niet laten opdraaien voor kosten en risico's
De aanleg van vitale energie-infrastructuur zoals een hoogspanningsstation voor een nieuwe 380-kilovolt elektriciteitsverbinding in een diepe polder als de Wieringermeerpolder betekent dat de waterveiligheidsnormen voor dat gebied mogelijk moeten worden aangepast waarmee een dijkversterking noodzakelijk wordt. HHNK is van mening dat de daaruit voortvloeiende risico’s en kosten niet voor rekening mogen komen van de ingezetenen van het gebied. Ook omdat dijkverzwaring geen garantie betekent op het uitblijven van calamiteiten. Die kunnen zich altijd en op elk moment voordoen.
Meedenken over een betere oplossing
Een elektriciteitsnetwerk met voldoende capaciteit is ook in het belang van HHNK, aangezien onder andere gemalen en rioolwaterzuiveringen er afhankelijk van zijn. HHNK blijft dan ook als partner betrokken bij het vervolgproces om mee te denken over betere oplossingen voor het vraagstuk.
HHNK heeft eerder al zijn standpunt kenbaar gemaakt in een brief aan de minister van Klimaat en Groene Groei met een afschrift van dit standpunt aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.