Waarom laat het hoogheemraadschap water in?

Normaal gesproken dienen sloten om het overtollige water in het lage Noord-Holland af te voeren naar de gemalen, zodat we droge voeten hebben. Nu laten we water in, omdat we anders té droge voeten hebben. Water in de sloten is nodig om vele redenen. Een te laag slootpeil betekent dat agrariërs minder water beschikbaar hebben om gewassen te beregenen. Terwijl het op dit moment het groeiseizoen is. Een lager slootpeil zorgt er ook voor dat het aangrenzende land makkelijke verdroogt. Bovendien bevatten de sloten dan minder zuurstof en worden ze sneller warm, en dat heeft grote gevolgen voor planten en dieren. De oevers van sloten die droogvallen, kunnen makkelijk afkalven. Tot slot zorgen gevulde sloten voor tegendruk tegen zoute kwel. Zonder die druk zou zoute kwel uit de diepere aardlagen naar boven dringen en zou het land verzilten.

Hoe zorgt het hoogheemraadschap voor water in de sloot als het niet regent?

Op verschillende punten laten wij water in uit het IJssel- en Markermeer. Het ingelaten water verspreidt zich via een geavanceerd stelsel van sloten, stuwen en gemalen door ons gebied. Zo zorgen we voor voldoende en schoon water in de sloten en vaarten. Het IJssel- en Markermeer zijn onze zoetwatervoorraden, waarvan we water binnen kunnen laten. Via de grote rivieren stroomt water vanuit met name Duitsland naar Nederland. IJssel- en Markermeer worden vooral gevuld door de IJssel. De aanvoer daarvan is voorlopig nog voldoende.

Om deze zoetwatervoorraad te vergroten, heeft Rijkswaterstaat onlangs het zomerpeil in IJssel- en Markermeer verhoogd. Dit doet Rijkswaterstaat door minder water vanuit IJsselmeer naar de Waddenzee te spuien. Nederland houdt het water dus vast.

Aangezien het peil in deze meren hoger is dan de polderpeilen, stroomt het water via de inlaatpunten vanzelf de sloten en vaarten in. Momenteel stroomt er gemiddeld zo'n 1,5 miljoen kubieke meter water per dag ons gebied binnen. Dat zijn 600 Olympische zwembaden per dag. Mocht het onverhoopt zover komen dat de aanvoer vanuit de rivieren zo klein wordt, dat de peilen in de grote meren dalen, dan kan het gebeuren dat de aanvoer via onze inlaatpunten stagneert. In dat geval kunnen we het gemaal C. Mantel bij Schardam inzetten. Deze kan water landinwaarts pompen, met maximaal 900 kubieke meter per minuut. Dat is elke drie minuten een Olympisch zwembad.

Waardoor staat er in sommige sloten minder water?

Via de grotere vaarten, zoals kanalen, kunnen we het water op peil houden. In de sloten is het water soms lastig aan te voeren door bijvoorbeeld plantengroei, zoals riet. De zomerse maaiwerkzaamheden zijn nog niet overal afgerond.

Achter de duinen, waar de gebieden afhankelijk zijn van kwelwater uit de duinen, is wel sprake van een lager waterpeil. Hier is het praktisch onmogelijk om water vanuit IJssel- en Markermeer naartoe te krijgen. Dit gebeurt elk jaar.

Waarom zet het hoogheemraadschap gemaal C. Mantel nu niet in?

Omdat we nu nog water vanzelf in kunnen laten, is de inzet van gemaal C. Mantel niet nodig. Dit gemaal zetten we pas in als het vanzelf inlaten van water stagneert.

Wat kan ik zelf doen?

De droogte heeft tot gevolg dat water is sommige kleinere sloten schaars is. De doorstroming is langzaam, en het kleinste obstakel kan de doorstroming hinderen. Het hoogheemraadschap maait op dit moment overal in het gebied de grotere waterlopen. Maar met 20.000 kilometer aan sloten in alleen al ons werkgebied, kunnen we niet overal tegelijk zijn. Daarom is het onderhoud van diverse kleinere waterlopen belegd bij aanliggende eigenaren of pachters.

Wilt u weten of dit uw waterloop betreft? Bekijk dan de Legger Wateren.

Omdat met name in de kleinere sloten de loop van het water soms stokt, is elk obstakel er eentje te veel. U kunt bijdragen aan een beter verloop van het weinige water in de sloten. Verwijder planten, riet en eventueel afval. Kijk ook eens of een duiker goed doorloopt en zo niet, of u dat kunt verhelpen.

Wat is verzilting en wat doet HHNK ertegen?

Verzilting is het zouter worden van het oppervlaktewater. Verzilting is bekend in Noord-Holland. We wonen feitelijk op een oude zeebodem, waar veel zouten in de grond zitten. Deze zouten kunnen omhoogkomen in tijden van droogte. Het gebrek aan zoet water aan de oppervlakte geeft dan geen tegendruk meer. Daarom willen we dat sloten zo goed mogelijk gevuld zijn met zoet water.

Zout dringt ook horizontaal ons gebied binnen. Bijvoorbeeld via de vispassages tussen zout en zoet water. Deze passages zijn nu afgesloten. Dit kan geen kwaad voor de vissen: het vistrekseizoen is al voorbij.

Zout water komt ook via sluisbewegingen ons gebied in. Bijvoorbeeld bij de Koopvaardersschutsluis in Den Helder. Normaal gesproken duwt het zoete water in het Noord-Hollands Kanaal dit zoute water terug naar de sluis. Nu is de druk minder, waardoor de zoutindringing kan vergroten. Door een schutregime in te stellen (feitelijk: minder vaak de sluis open den dicht) komt er minder zout water binnen.

U kunt bijdragen aan een beter verloop van het weinige water in de sloten. Verwijder planten, riet en afval.