Met eenvoudige ingrepen in het beheer van het rietland bij het Noord-Hollandse Aartswoud zijn de waterkwaliteit én de biodiversiteit sterk verbeterd. Wel was het een zaak van de lange adem.

In 2007 heeft Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier de zogenaamde Rietput in Aartswoud uitgekrabd en afgeplagd. Er was sprake van sterke verlanding en een zeer dichte monotone rietvegetatie waardoor er bijna geen doorstroom meer mogelijk was. En dat terwijl De Rietput als een soort voorboezem fungeert. Het rietland wisselt water uit tussen twee boezemsystemen in De Noordkop van Noord-Holland. Dit gebied ontvangt overwegend relatief schoon water vanuit een boezem die slechts in geringe mate is beïnvloed door voedselrijke poldersloten. 

Natuurkwaliteit

Vijftien jaar geleden is een deel van het rietland afgeplagd en uitgekrabd. Door dit systeem aan te passen en langere tijd consequent natuurvriendelijk te beheren, is de natuurkwaliteit spectaculair verbeterd. De aanpassing van het beheer was simpel en niet erg kostbaar: het riet wordt jaarlijks gemaaid en afgevoerd, waardoor het gebied verschraalt. Er staan nu tientallen grote koningsvarens en vele honderden rietorchissen, ratelaars, echte koekoeksbloemen. Daarnaast zijn er verspreid moerasvarens, veenmossen en andere soorten te vinden.

Uit deze eenvoudige ingrepen blijkt dat de biodiversiteit en de biologische waterkwaliteit dikwijls op een vrij simpele en goedkope wijze zijn te versterken, mits je het aangepaste beheer consequent doorzet voor een langere periode. Natuurontwikkeling heeft tijd nodig en consequent beheer.