Meest gestelde vragen over droogte

Home > Meest gestelde vragen over droogte

Meest gestelde vragen over droogte

Wat is een neerslagtekort?

Als we het over droogte hebben, spreken we eigenlijk van neerslagtekort. Het regent immers niet. Bij de berekening van een neerslagtekort of –overschot hanteren alle waterschappen de agrarische kalender. Die begint op 1 april. Dat moment zetten we de teller op nul. Vanaf dan is het optellen en aftrekken. Elke millimeter neerslag tellen we op, elke dag droogte trekken we daarvan af. Droogte vertegenwoordigt ook een aantal millimeters. Op droge dagen verdampt er oppervlaktewater. Op dit moment is de verdamping zo'n 5 millimeter per etmaal. Dit is zo veel, omdat er veel zon en wind is en de dagen lang zijn. In het vroege voorjaar is de verdamping veel lager.

Wat is watertekort?

Watertekort betekent dat de vraag naar water groter is dan het aanbod. Momenteel is er geen watertekort, omdat de aanvoer via de rivieren en het peil in Marker- en IJsselmeer nog zodanig is dat aan de watervraag kan worden voldaan. Desondanks is het gebied erg droog vanwege het neerslagtekort. We laten water in ons gebied in vanuit de grote meren. Hiermee houden we de sloten op peil. De aanvoer van water uit de grote meren naar ons gebied kan niet helemaal voorkomen dat er lokaal problemen ontstaan door verdroging.

Wanneer wordt de situatie nijpend?

Het neerslagtekort is op dit moment 210 mm in de regio Waterland. Voor HHNK betekent een tekort van 175 mm in deze regio dat we een grens overschrijden en extra alert worden. We gebruiken dit gebied als norm, omdat hier relatief veel droogtegevoelige dijken liggen, die deels uit veen bestaan. Deze dijken zijn gevoeliger voor uitdroging dan de dijken die volledig uit klei zijn opgebouwd. Bij een neerslagtekort van 225 millimeter kijken we of er concrete maatregelen nodig zijn.

Tijdens de alertfase houden we de dijken in ons beheergebied goed in de gaten, en letten we vooral op schade door droogte. Ook bereiden we ons voor op een mogelijke alarmfase. Dat betekent dat nu materiaal en kunstwerken zoals stuwen en sluizen extra gecontroleerd worden, en dat we (het is vakantieperiode) de beschikbare menskracht inventariseren. Want dijkinspecties, dat is mensenwerk.

Wanneer gaat HHNK dijken inspecteren?

We gaan inspecteren als we merken dat er scheurtjes in de dijken ontstaan. In de alertfase houden onze collega's de droogtegevoelige dijken al extra in de gaten. Als het neerslagtekort groter wordt dan 225 mm, gaan we actief inspecteren. Dat moment is nu (17 juli) aangebroken. Onderaan deze pagina kunt u een kaart downloaden van de te inspecteren dijken.

Hoe inspecteert HHNK de dijken? Met een dijkleger?

Sommige waterschappen zetten vrijwilligers in voor deze inspecties. Dijklegers worden deze wel genoemd. HHNK heeft geen dijkleger van vrijwilligers. We hebben ongeveer 60 km droogtegevoelige dijken. Met de medewerkers die we hebben is dat prima te doen. De inspecties doen wij met onze gebiedsbeheerders. Deze zijn opgeleid en omdat we er ruim 40 hebben, zijn er ook voldoende om het werk aan te kunnen.

Dijklegers worden vooral ingezet bij waterschappen in het rivieren gebied. Er is daar vaker sprake van hoogwater, voor een langere periode. Dit geeft een grote druk op bemensing vanuit de eigen organisatie, zodat daar gekozen is voor een vrijwillig dijkleger. Dit leger kunnen deze waterschappen ook inzetten bij droogte-inspecties.

Het Hollands Noorderkwartier heeft vooral te maken hebben met buitenwater (Noordzee, Waddenzee, IJssel- en Markermeer) en dat zijn vrijwel altijd kortdurende periodes van hoog water. Periodes met langdurig hoog water zoals bij de rivieren, kennen wij niet.

Waarom beregent HHNK dijken niet, zoals elders?

Op sommige plaatsen in Nederland beregent het lokale waterschap dijken. Dit doet het om de grasmat te onderhouden. Een goede grasmat is de beschermlaag op een dijk. Een grasmat die verdort, beschermt een dijk minder goed en vraagt meer onderhoud. De keuze voor beregenen of niet, wordt bepaald door het type gras en het type ondergrond. HHNK kiest niet voor beregening. De grasmatten op onze dijken en de onderliggende laag zijn zodanig, dat het gras lang in goede conditie blijft. HHNK heeft beregening nog nooit hoeven toepassen. Hoewel het nu erg droog is, ligt de grasbekleding er nog steeds goed bij.

Hoe zorgt HHNK voor water in de sloot als het niet regent?

Op verschillende punten laten wij water in uit het IJssel- en Markermeer. Het ingelaten water verspreidt zich via een geavanceerd stelsel van sloten, stuwen en gemalen door ons gebied. Zo zorgen we voor voldoende en schoon water in de sloten en vaarten. Het IJssel- en Markermeer zijn onze zoetwatervoorraden, waarvan we voorlopig water binnen laten. Via de grote rivieren stroomt water vanuit met name Duitsland deze meren in. De aanvoer daarvan is voorlopig nog voldoende.

Aangezien het peil in de meren hoger is dan de polderpeilen, stroomt vanzelf het water de sloten en vaarten in. Om dit te bespoedigen, heeft Rijkswaterstaat onlangs het zomerpeil in IJssel- en Markermeer verhoogd. Momenteel stroomt er gemiddeld zo'n 1,5 miljoen kubieke meter water per dag naar binnen. Dat zijn 600 Olympische zwembaden per dag. Mocht het onverhoopt zover komen dat de aanvoer vanuit de rivieren zo klein wordt, waardoor de peilen in de grote meren dalen, dan kan het gebeuren dat de aanvoer via de sluizen stagneert. In dat geval kunnen we het nieuwe gemaal C. Mantel bij Schardam inzetten. Deze kan water landinwaarts pompen, maximaal 900 kubieke meter per minuut. Dat is elke drie minuten een Olympisch zwembad.

Waarom laat HHNK water in?

Normaal gesproken dienen sloten om het water in het lage Noord-Holland af te voeren naar de gemalen, zodat we droge voeten hebben. Nu laten we water in, omdat we anders té droge voeten hebben. Water in de sloten is nodig om vele redenen. Een lager slootpeil zorgt ervoor dat agrariërs minder water hebben om gewassen te beregenen. Een lager slootpeil zorgt er ook voor dat het aangrenzende land makkelijke verdroogt. Bovendien bevatten de sloten dan minder zuurstof, worden ze sneller warm, en dat heeft grote gevolgen voor planten en dieren. De oevers van sloten die droogvallen, kunnen makkelijk afkalven. Tot slot zorgen gevulde sloten voor tegendruk tegen zoute kwel. Zonder die druk zou zoute kwel uit de diepere aardlagen naar boven dringen en zou het land verzilten.

Waardoor staat er in sommige sloten minder water?

Via de grotere vaarten, zoals kanalen, kunnen we het water op peil houden. In de sloten wordt het lastiger. Dit komt doordat het water soms lastig aan te voeren is door bijvoorbeeld plantengroei, zoals riet. De zomerse maaiwerkzaamheden zijn nog niet overal afgerond.

Achter de duinen, waar de gebieden afhankelijk zijn van kwelwater uit de duinen, is wel sprake van een lager waterpeil. Hier is het praktisch onmogelijk om water vanuit IJssel- en Markermeer naartoe te krijgen. Dit gebeurt elk jaar. Door deze ervaring is er daarom momenteel nog geen sprake van schade. Een klein deel van Beverwijk komt hierdoor droog te liggen.

Waarom zet HHNK gemaal C. Mantel nu niet in?

Omdat we nu nog water vanzelf in kunnen laten, is de inzet van gemaal C. Mantel niet nodig. Dit gemaal zetten we pas in als het vanzelf inlaten van water stagneert.

Is er een beregeningsverbod voor agrariërs of particulieren?

Beregenen is op zich niet verboden. Als HHNK een verbod uitvaardigt, is dat een ontrekkingsverbod. Het is dan niet toegestaan om oppervlaktewater uit bijvoorbeeld sloten te onttrekken. Er mag dan wel beregend worden door middel van water uit de grond. Veel agrariërs hebben een diepe bron geslagen waaruit ze kunnen putten. Op dit moment is er nog geen onttrekkingsverbod afgekondigd in het gebied ten noorden van het Noordzeekanaal. Op Texel, waar geen water kan worden ingelaten, geldt wel zo'n verbod.

Wat is blauwalg?

Het is droog en warm. De ideale omstandigheden voor de groei en bloei van blauwalg, helaas. De blauwalg is eigenlijk geen alg, maar een bacterie, en wordt zo genoemd vanwege de blauwgroene kleur. Meestal zijn de dichtheden zo gering dat je ze met het blote oog niet kunt zien. Algen zijn microscopisch klein in de vorm van draden, bolletjes en losse cellen. Als er heel veel zijn noemen we dat ‘ bloei’ van blauwalgen. Tijdens de bloei verschijnen er drijflagen: blauwgroene verfachtige substanties, die enorm kunnen stinken bij het afsterven van de algen. Blauwalgen leven van fosfaten en stikstof, die ze uit het water kunnen halen. Daarnaast hebben ze licht en lucht nodig. Teveel zonlicht vinden ze vervelend. Dan dalen ze af naar een waterdiepte waar donkerder is, om weer op te stijgen als de zon minder is. Blauwalgen scheiden giffen af wanneer ze afsterven. Omdat de meeste wateren fosfaten en stikstof bevatten, is voorkomen onmogelijk. Door te pompen kunnen we de drijflagen verplaatsen of verdunnen; in ernstige gevallen ruimen we de drijflagen op door ze weg te zuigen. Bij regen en veel wind wordt het koeler en vermindert de blauwalg. Dus een slechte zomer is ook slecht voor de blauwalgen. En in het najaar nemen ze sowieso af.

Wat kunt u doen?

De droogte heeft tot gevolg dat water is sommige kleinere sloten schaars is. De stroming is laag, en het kleinste obstakel kan de doorstroming hinderen. HHNK maait op dit moment overal in het gebied de grotere waterlopen. Maar met 20.000 kilometer aan sloten in alleen al ons werkgebied, kunnen we niet overal tegelijk zijn. Daarom is het onderhoud van diverse kleinere waterlopen belegd bij aanliggende eigenaren of pachters. Wilt u weten of dit uw waterloop betreft? Kijk hier. Omdat met name in de kleinere sloten de loop van het water soms stokt, is elk obstakel er eentje te veel. U kunt bijdragen aan een beter verloop van het weinige water in de sloten. Verwijder planten, riet en eventueel afval. Kijk ook eens of een duiker goed doorloopt en zo niet, of u dat kunt verhelpen.

Wat is het verschil met drinkwaterbedrijf PWN?

PWN zorgt voor schoon en voldoende drinkwater uit de kraan. PWN vraagt mensen om spaarzaam met water te zijn. Door de hitte gebruiken we samen zo'n 40% meer drinkwater dan normaal. We vullen zwembaden, douchen vaker en langer en drinken meer. Hierdoor kan soms de vraag naar water zo groot zijn, dat de druk in de leidingen verminderd. PWN gaat over het watergebruik uit de kraan bij u thuis. Voor het wijs omgaan met water uit de kraan, verwijzen wij u door naar https://www.pwn.nl/over-pwn/nieuws/drinkwater/hitte-wees-wijs-met-water

HHNK zorgt voor veilige dijken, voldoende water in de sloten en schoon oppervlaktewater. Dit is belangrijk zodat agrariërs hun land kunnen beregenen. Naast water voor de agrariërs is het belangrijk om voldoende water in de sloot te hebben, om zout (kwel)water van onderaf te onderdrukken. Bij te weinig water treedt er anders verzilting op.

Hoe ziet het landelijk beeld eruit?

In mei en juni - en juli tot nu toe - is er weinig regen gevallen. Daardoor is er sprake van droogte. Via de Rijn en de Maas wordt nog voldoende water aangevoerd. In hoge gebieden – zoals in het zuiden, oosten en Zeeuws-Vlaanderen – houden de waterschappen waar mogelijk water vast. Ook gelden daar op sommige plaatsen beregeningsverboden. Rijkswaterstaat en de waterschappen houden de situatie goed in de gaten en nemen zo nodig extra maatregelen. In gebieden waar geen water kan worden aangevoerd, is de droogte vooral voor de landbouw merkbaar. Hier moeten beregeningsverboden voorkomen dat de ecosystemen van de beken uitdrogen. Zie ook: https://www.uvw.nl/droogte-voldoende-water-in-grote-rivieren-beregeningsverboden-op-hoge-gronden/ en https://waterberichtgeving.rws.nl/LCW/droogtedossier/droogtemonitoren-2018

Als neerslag lang uitblijft, het blijft waaien en de temperatuur hoog blijft, verdroogt Nederland verder. Acuut brengt dit nog geen nijpende problemen, omdat de aanvoer van de Rijn en Maas nog goed is. Die aanvoer neemt wel langzaam af, omdat het ook bij onze buurlanden amper regent.

De laatste jaren behoren tot de 5% droogste jaren sinds we meten. De klimaatverandering is hier de oorzaak van: langere perioden van droogte, hogere temperaturen, extreem hevige regenbuien in de zomer.  Het KNMI verwacht dat dit de komende jaren toeneemt. We zullen dus met zijn allen de komende jaren meer maatregelen moeten nemen om zoetwaterschaarste op te kunnen vangen. Alle overheden en drinkwaterbedrijven hebben hier afspraken over gemaakt in het Deltaplan Zoetwater. Als droogte vaker en langduriger gaan optreden zijn er echter extra investeringen nodig. De waterschappen zijn hierover in overleg met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en andere partners.

Download