Maaien van waterkeringen

Home > Maaien van waterkeringen

Maaien van waterkeringen

Maairondes elk jaar van juni tot oktober

Twee keer per jaar tussen juni en oktober maaien we in twee rondes de begroeiing van de 1350 kilometer bij ons in beheer zijnde groene dijken, ook bij u in de buurt. Deze rondes vinden plaats van 1 juni tot half juli en van 1 september tot 10 oktober, omdat de natuur dan de minste schade oploopt. Wij doen dit voor de waterveiligheid: een goede dijkbekleding beschermt de dijk en houdt de grond met de wortels stevig bij elkaar. Bijkomend voordeel is dat we door het maaien beter zien waar kale plekken of andere beschadigingen hersteld moeten worden.

Plantvariatie zorgt voor een goede doorworteling

Als er op de dijk geen beheer zou plaatsvinden, zouden plantsoorten als berenklauw, groot hoefblad, brandnetels en distels de overhand krijgen en andere planten verdringen.

Op onze dijken streven we naar een goede erosiebestendige grasmat. Dit doel kan op drie manieren worden bereikt:

  • door de dijken te maaien en het maaisel af te voeren;
  • door de dijken te beweiden met schapen;
  • of door een combinatie van beide.

Hierdoor voer je voedingsstoffen af waardoor de toplaag verschraalt; de plantenmassa (biomassa) neemt af, maar de biodiversiteit (het aantal plantensoorten) neemt toe. Een grote variatie aan plantensoorten is belangrijk voor de goede doorworteling van de beschermende toplaag van de dijk. De diverse plantensoorten wortelen namelijk op verschillende diepten. De dijkbekleding krijgt zo extra stevigheid en is erosiebestendiger. De wortels en bladeren helpen tegen afspoeling/afschuiving van grond, zodat stromend water weinig of geen vat heeft op de gronddeeltjes.

Hoe meer soorten, des te beter het netwerk van wortels onder de grond. Wortels grijpen in elkaar en 'kitten' de bodemdeeltje aan elkaar, doordat ze via wortelhaartjes en schimmeldraden wortelsappen uitscheiden. Dit zorgt voor een hogere stabiliteit van de dijk. Nog een groot voordeel van veel diversiteit is dat sommige plantensoorten beter tegen natte omstandigheden kunnen en sommige weer beter tegen droge omstandigheden waardoor de dijkbekleding robuuster wordt.

Overigens is te veel maaien en/of beweiden ook niet goed voor de kwaliteit van de grasbekleding. Ten eerste moet het bovengrondse deel van de plant zich herstellen, waardoor de energie naar bladherstel gaat in plaats van naar de gewenste wortelvorming. Ten tweede wordt bloei en zaadzetting voorkomen. Het gevaar bestaat dan dat soorten zich niet kunnen voortplanten, waardoor een eentonige soortenarme bekleding kan ontstaan.

Maaien en opruimen

Het maaien gebeurt meestal machinaal, door een aannemer of door onze eigen medewerkers. Het maaisel voeren we af, zodat de begroeiing niet verstikt en er geen  onkruidsoorten zoals distels en brandnetels verschijnen die andere plantensoorten verdringen.

Op plaatsen waar het talud te steil is en waar te veel bomen staan, kunnen we het maaisel niet goed opruimen. Ook als het te nat is laten we het maaisel liggen, omdat de maaimachine anders diepe sporen trekt en daarmee de dijk beschadigt. Machinesporen gevuld met water vormen potentiele zwakke plekken in de dijk en worden door onze aannemers hersteld. Sporen worden opgevuld met grond en opnieuw ingezaaid.

Schapen in plaats van machines

Op 10 à 20% van onze dijken grazen schapen. Zij vervullen de rol van een natuurlijke maaimachine. Zolang de beweiding zorgvuldig gebeurt en er veelvuldig van plek gewisseld wordt zodat ze de dijk niet vertrappen, helpen de schapen door begrazing mee aan een stevigere dijkbekleding. Marijke Dirkson is de professionele schaapherder die zorgvuldig met haar kudde over onze dijken trekt.

Rekening houden met verschillende belangen

Het maaien doen we dus voor een stevige dijk die bescherming biedt tegen het water. Door niet te vaak te maaien, kunnen planten hun energie stoppen in wortelvorming in plaats van bladvorming en dat is goed voor een stevige dijk. Daarnaast houden we rekening met het voortplantingsseizoen van planten en dieren. We houden ons aan de Natuurbeschermingswet (voorheen Flora- en faunawet).

Op plekken waar beschermde planten groeien, worden groeiplaatsen tijdens de 1e maaibeurt ontzien. Dit wordt bereikt door de juiste fasering van de werkzaamheden. 25% van de vegetatie blijft ongemoeid, zodat de planten zaad kunnen zetten. Dit noemen wij 'Mozaiekbeheer'.

Bloeiende planten trekken vlinders en insecten aan en te vroeg maaien heeft direct een negatieve invloed op hun voortbestaan.

Met name bij de agrarische sector bestaat angst voor het overwaaien van 'plaagsoorten'. Over het algemeen valt het zaad dicht bij de moederplant en is de verspreiding lokaal, maar grote plekken met veel eenzijdige woekerplanten zijn ook voor ons een ongewenste situatie. Als u plekken ziet met te veel eenzijdige woekerplanten, meld het dan via 072 582 8282. Wij vragen onze gebiedsbeheerder dan om contact met u op te nemen.

Maaien is een van de onderhoudswerkzaamheden die zorgt voor een stevige, veilige dijk waarmee u en het achterland wordt beschermd tegen het water. Naast het maaien van waterkeringen voor de waterveiligheid, maait het hoogheemraadschap ook bermen langs onze wegen. En we maaien waterlopen voor de aan- en afvoer van water ter voorkoming van watertekort en wateroverlast.