Vanaf woensdag 21 december ruimen wij op meerdere plekken door ons hele beheergebied dode vissen uit de sloten als gevolg van zuurstoftekort door het ijs op de sloten. De eerste ijsvorming op de sloten begon maandag 12 december. De plotselinge snelle omslag van de temperatuur in combinatie met ijsvorming zorgden op een aantal plaatsen voor tijdelijk lage zuurstofgehaltes in de sloot. In veel gevallen kunnen de vissen de vorstperiodes goed doorstaan, maar in een aantal watersystemen is de afgelopen periode fataal geweest.

Ziet u meerdere dode vissen onder het ijs of in de sloot? Neem dan contact met ons op:

Of bel naar 072 5828282

Meerdere oorzaken

Bij lage temperaturen passen vissen hun lichaamstemperatuur en hun activiteit aan. Als in de winter ijsvorming optreedt is dat voor vissen nog geen bezwaar. Onder ijs kan, in koud water, zelfs meer zuurstof oplossen. Aangezien hun lichaamsprocessen op een lagere stand staan, verbruiken vissen minder zuurstof.

Bij langdurige vorst heeft dit pas gevolgen voor de vis. Sommige soorten, zoals de zeelt en de kroeskarper, gaan niet dood maar raken bewusteloos. Als het zuurstofgehalte weer toeneemt komen ze weer bij.

In gebieden waar (zoute) kwel voor komt, welt zuurstofloos en voedselrijk water op. Op deze plekken is de sterfte van vis onder het ijs vaak groter en massaler. Aan het begin van een vorstperiode is een kwelplek door de stroming minder snel bevroren. Vissen trekken naar dergelijke plekken en kunnen opgesloten raken.

Houdt de vorst langer aan dan verzamelen ook watervogels zich bij deze wakken. Dit heeft een negatief effect op de waterkwaliteit. De watervogels poepen in het water waardoor er op een geconcentreerde plek poep wordt afgebroken door bacteriƫn en schimmels die weer zuurstof gebruiken. Deze extra onttrekking van zuurstof kan ook vissterfte veroorzaken. Het bijvoeren van de vogels in deze wakken betekent voor vissen dus een extra nadeel.