In de media verschenen een aantal publicaties die wijzen op het gebruik van chemicaliën in het koelwater van datacenters. Het hoogheemraadschap stelt dit beeld graag bij. Er gebeurt niets ongeoorloofds.

Honderden servers staan dag en nacht te zoemen in de datacenters in Middenmeer. Voor Teams, Cloud, Instagram, Facebook – voor alles wat wij mensen digitaal willen opslaan. Om deze serversystemen te koelen, gebruiken datacenters naast lucht soms drinkwater. Het water dat zij daarna overhouden, lozen zij vergund op de omliggende sloten.

Hoe werkt koeling?

Datacenters koelen het grootste deel van het jaar hun systemen met lucht. Alleen wanneer het buiten boven de 25 graden Celsius wordt, gebruiken zij drinkwater voor aanvullende koeling. In een datacenter wordt dit drinkwater verdampt, om met de pure waterdamp de gevoelige systemen aanvullend te koelen. Bij de productie van die waterdamp blijft een restant ingedikt water over. Dit concentraat lozen de datacenters op de sloot langs het terrein.

Is dit concentraat zout?

Dit geloosde concentraat is zouter dan drinkwater. Omdat waterdamp is onttrokken, neemt de concentratie zouten in het concentraat toe. Zouten zitten van nature in drinkwater, in minimale hoeveelheden. Het concentraat van verwerkte drinkwater bevat dus meer zouten per eenheid. De concentratie van die zouten in het geloosde water is lager dan de zoutaanwezigheid in de sloot waarop wordt geloosd. Sloten in de Wieringermeer zijn van oudsher relatief zout als gevolg van natuurlijke kwel uit deze voormalige zeebodem.

Worden er chemicaliën toegevoegd aan het koelwater?

In het geval van één datacenter wordt door dit bedrijf zout toegevoegd aan het ingevoerde drinkwater, om het te ontharden. Na het verdampingsproces is het concentraat dat overblijft dus zouter dan concentraat van origineel drinkwater. Er worden geen andere chemicaliën toegevoegd. Er komen dus ook geen andere chemicaliën dan zout in het oppervlaktewater terecht.

Wat doet het hoogheemraadschap?

Iedereen die iets wil op, rond of in het oppervlaktewater krijgt met het hoogheemraadschap te maken. In het geval van datacenters betreft dit de wens om concentraat te mogen lozen op het oppervlaktewater. Het hoogheemraadschap beoordeelt of de lozing vergund kan worden. Hierbij wordt gekeken naar de kwaliteit en de kwantiteit van het te lozen materiaal, en de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater. Het concentraat dat de datacenters lozen is van geen invloed op de kwaliteit van de sloten. De lozingen zijn vergund.

Waar gaat het concentraat naartoe?

Eenmaal opgenomen in de hoeveelheid aanwezig water in de sloot, verdunt en vermengt het concentraat zich. De zouten zijn niet meer terug te vinden. Via de Medemblikkervaart en gemaal Leemans bij Den Oever wordt dit slootwater uitgemalen op de Waddenzee. Het komt dus niet in het IJsselmeer terecht.

En de toekomst?

Er zijn plannen voor meer datacenters in het gebied rondom Middenmeer. Het hoogheemraadschap is nauw betrokken bij de ontwikkelingen en behartigt de waterbelangen. Stelregel is: niets mag aan het oppervlaktewater worden toegevoegd dat van negatieve invloed is op de kwaliteit van dit water.