Stormen, doorbraken, paalwormen, geldgebrek, falend toezicht en mislukte reorganisaties: dat zijn de ingrediënten van de nieuwe uitgave van de Vrienden van de Hondsbossche, kring voor Noord-Hollandse waterstaatsgeschiedenis, over de oude IJ-dijken.

Iedereen kent de mythe van Hans Brinker, het jongetje uit de buurt van Haarlem die met zijn duim een lek in de Spaarndammerdijk dicht drukte en zo een overstroming voorkwam. Van deze dijk hing de waterveiligheid van het hart van Holland af en Hans Brinker had dus enorme schade voorkomen. In de nieuwe uitgave Het IJ Rond gaat het niet om dappere Hans, maar om de Spaarndammerdijk en de andere dijken rond het IJ. Dat oude IJ was een zeearm die van de Zuiderzee bij Amsterdam tot voorbij Beverwijk door Holland kronkelde. Vooral bij noordwesterstormen dreigde gevaar. Dan kon de waterstand in het IJ binnen enkele uren meters omhoog vliegen. In 1675 begaf de Spaarndammerdijk het en kwam het water tot Leiden. Uitgerekend op Eerste Kerstdag 1717 was de Assendelverzeedijk aan de beurt en liepen zelfs in Alkmaar nog kelders vol.

Doorbraken in de Sint Aagtendijk en Assendelverzeedijk in 1717 (noorden links)

Doorbraken in de Sint Aagtendijk en Assendelverzeedijk in 1717 (noorden links)

Na deze laatste ramp werden de dijken langs de noordkant van het IJ stevig verhoogd en verzwaard. Dat leidde echter tot protesten van het hoogheemraadschap van Rijnland en de steden Amsterdam, Leiden en Haarlem. Zij probeerden die verhoogde dijken weer verlaagd te krijgen. Als het water bij storm daar overheen liep, zakte immers het peil in het IJ en was de Spaarndammerdijk gered. Natuurlijk werd hier aan de noordzijde iets anders over gedacht. Het leverde 15 jaar gesteggel over en weer.

De dijken langs de zuidkant van het IJ kwamen al in het jaar 1248 onder het hoogheemraadschap van Rijnland. Aan de noordkant van het IJ verliep de historische ontwikkeling anders en waren zes waterschappen belast met van west naar oost de Sint Aagtendijk, Nieuwendam, Assendelverzeedijk, Westzanerzeedijk, Hogendam en Oostzanerdijkzeedijk. In 1843 greep de provincie in en bracht alle dijken langs het huidige Markermeer en de noordelijke IJ-oever onder in de Vereeniging van den Noorder IJ- en Zeedijk. Deze reorganisatie bracht echter helaas weinig verbetering door een fundamentele tegenstelling in het bestuur van de Vereeniging.

Eindpunt van het boek is de afsluiting van het IJ bij Schellingwoude in verband met de aanleg van het Noordzeekanaal in de jaren 1866-1876. Toen waren de oude IJ-dijken geen zeedijk meer. Maar af is het werk aan deze dijken zeker niet. Hoog heemraadschap Hollands Noorderkwartier werkt momenteel aan een verbetering van de oude Westzanerzeedijk.

Het boek Het IJ Rond; geschiedenis van de oude zeedijken rond het IJ tot de opening van het Noordzeekanaal in 1876 is een gezamenlijk project met het hoogheemraadschap van Rijnland. Het werd geschreven door Paul Schevenhoven, archivaris van Rijnland, en onze eigen historicus Diederik Aten. Het IJ Rond telt 178 blz. en meer dan 130 illustraties. Her is verkrijgbaar bij de Stichting Uitgeverij Noord-Holland of de boekhandel. Bent u nog geen lid van de kring van Vrienden van de Hondsbossche? Meld u dan snel aan bij mw. K. Grim, tel. 072 582 8282. Dan ontvangt u voortaan de jaarlijkse uitgave vanzelf in de bus. Kosten € 10 per jaar.