Sinds 3 augustus heeft Nederland een officieel watertekort. Wat betekent dat?

In Nederland gaat de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) over de beschikbare hoeveelheid water. Deze commissie bespreekt wekelijks de stand van zaken. Hiervoor gebruikt zij input van alle waterschappen, provincies en Rijkswaterstaat - ook van HHNK. Deze commissie oordeelt nu dat er een zodanig tekort aan water is, dat er knelpunten kunnen komen in de vraag naar water. Daarom is er opgeschaald naar niveau 2. Dat betekent dat op landelijk niveau nu het Management Team Watertekorten (MTW) actief is geworden. Dit MTW mag landelijke besluiten nemen, die ook HHNK kunnen raken. Vooralsnog is dit een formele opschaling. In de praktijk is er nu nog geen verandering in de maatregelen.

Wat is het actuele beeld?

De maanden juni en juli brachten nog wat neerslag. Maar sinds eind juni is er geen noemenswaardige regen meer gevallen én werd het alleen maar warmer. Dat betekent dat er veel water weer verdampt uit de sloten en vanaf het land, en niet vanuit de lucht wordt aangevuld. Agrariërs vragen nog veel water, om vanuit de sloten hun teelten te beregenen.

De warmte leidt tot een opwarming van het slootwater, met hier en daar blauwalgbloei als gevolg. Vissen snakken dan naar zuurstof. Sowieso heeft de ecologie natuurlijk onze aandacht. Sloten die op peil blijven, blijven 'leven'.

Daarnaast houden we onze dijken goed in de gaten. De 59 kilometer aan droogtegevoelige dijken in met name de Zaanstreek en Waterland zijn inmiddels minutieus geïnspecteerd. Daar waar nodig treffen we reparatiemaatregelen. Een dijk is gebaat bij vocht. Daarom is het zaak de teensloten op peil te houden.

Om aan al die watervraag te voldoen, kunnen we gelukkig vers zoet water inlaten vanuit IJssel- en Markermeer. Met vers water houden we het peil van de sloten en de waterkwaliteit zo goed mogelijk op orde, zorgen we dat er voor agrariërs beregeningswater voorhanden is en beperken we de uitdroging van de dijken. Desondanks kan het gebeuren dat niet alle sloten op het juiste peil blijven. Via het slotenstelsel moet het ingelaten water een lange weg afleggen.

Bij het uitblijven van regen, is het Nederlandse en Noord-Hollandse watergebruik afhankelijk van Rijn- en Maaswater. Vanuit de Rijn stroomt vers water via de IJssel naar het IJsselmeer. Helaas is het ook in de ons omringende landen droog. Zo droog, dat de afvoer van de Rijn deze week gaat dalen naar 800 kubieke meter per seconde. Dergelijke lage afvoeren zijn in deze periode van het jaar uitzonderlijk. De gemiddelde Maasafvoer daalt in een langzaam tempo. De watertoevoer is op dit moment voldoende om aan de watervraag te voldoen. Het IJsselmeer bevat nog voldoende water.

In het grootste deel van Nederland is de huidige situatie wat betreft wateraanvoer en waterkwaliteit nog beheersbaar. Het wordt elke week echter een grotere uitdaging om de negatieve effecten voor natuur, landbouw en scheepvaart te beperken. De effecten van de droogte worden op steeds meer plekken merkbaar. In West-Nederland is sprake van toenemende verzilting omdat door de lage rivierafvoeren minder water beschikbaar is om indringend zeewater terug te dringen. Ook de scheepvaart op de grote rivieren ondervindt in toenemende mate hinder door afgenomen vaardieptes en stremmingen bij sluizen.

Wat is een neerslagtekort?

Neerslagtekort is een tekort aan regen. Bij de berekening van een neerslagtekort of –overschot hanteren alle waterschappen de agrarische kalender. Die begint op 1 april. Op dat moment zetten we de teller op nul. Vanaf dan is het optellen en aftrekken. Elke millimeter neerslag tellen we op, en elke millimeter verdamping trekken we daarvan af. Het resultaat van die som geeft een neerslagtekort aan. Op droge dagen verdampt er oppervlaktewater en droogt het land uit. Op een lange, warme, zonnige zomerdag kan er zo'n 3 tot 5 millimeter per etmaal verdampen.

Wat is het gevolg van een neerslagtekort?

Dijken zijn gemaakt van klei, soms met een binnenkant van veen. Een goede dijk is een klamme dijk. Regen voedt een dijk. Tijdens een lange, droge periode kunnen dijken scheuren vertonen. Dijken die uitdrogen, zijn minder sterk.

In een droge periode verdampt er water. Uit de sloot, maar ook uit het land. Dit heeft gevolgen voor agrariërs, voor onze tuinen, voor de natuur, en ook voor het leven in de sloot.

Als het slootwater opwarmt, bloeit de blauwalg op, vermindert de zuurstof in het water en dreigen vissen te stikken.

Omdat we in Hollands Noorderkwartier grotendeels op een vroegere zeebodem leven, is de bodem relatief zout. Voldoende zoet water in onze sloten voorkomt dat dit zout naar boven komt. In tijden van droogte kunnen bodem en sloten verzilten. Het zoutgehalte in sloten en plassen neemt dan toe. Dit is kwalijk voor landbouw en natuur.

Wat doet het hoogheemraadschap?

Normaal gesproken maalt het hoogheemraadschap met gemalen het teveel aan water uit ons laaggelegen werkgebied naar IJssel- en Markermeer. Dat hoeft nu niet. Sterker, er is juist meer behoefte aan water dan wat er aan regen valt.

Het hoogheemraadschap zet op een 30-tal plekken langs IJssel- en Markermeer sluizen of stuwen op een kier. Hierdoor stroomt vers zoet water via ons uitgebreide slotenstelsel Hollands Noorderkwartier in. De sloten blijven op peil, de onderzijde van de dijken blijft vochtig, het slootwater wordt toch een beetje ververst en agrariërs kunnen slootwater gebruiken voor hun gewassen.

Bij een toenemend neerslagtekort wordt de toestand van de dijken geïnspecteerd. Daarbij beginnen we met de meest droogtegevoelige dijken, die deels uit veen bestaan. Deze dijken zijn gevoeliger voor uitdroging dan de dijken die volledig uit klei zijn opgebouwd. Begin augustus is de eerste inspectie van deze droogtegevoelige dijken gedaan en worden waar nodig reparaties uitgevoerd.

Om te voorkomen dat er te veel zout water het gebied binnenkomt, zijn de vispassages tussen zout en zoet water gesloten. Dit is niet schadelijk, omdat het vistrekseizoen voorbij is. Ook zijn er aangepaste bedieningen op de sluizen tussen zout en zoet water: de Koopvaardersschutsluis bij Den Helder en de sluizen naar het Noordzeekanaal.

Wat is watertekort?

Watertekort is iets anders als neerslagtekort, maar draagt ook bij aan de algehele droogte. Watertekort betekent dat de vraag (bijvoorbeeld door de agrarische sector of de industrie) naar water groter is dan het aanbod. Momenteel is er in ons gebied geen watertekort omdat de aanvoer via de rivieren naar het Marker- en IJsselmeer nog zodanig is dat we voldoende water vanuit die meren ons gebied in kunnen laten. Daarmee kunnen we op dit moment aan de watervraag voldoen.

Desondanks is het gebied erg droog, vanwege het neerslagtekort. We laten water in ons gebied in vanuit de grote meren. Hiermee houden we de sloten op peil. De aanvoer van water uit de grote meren naar ons gebied kan niet helemaal voorkomen dat er lokaal een watertekort ontstaat, bijvoorbeeld bij droogvallende sloten.

Wat is het verschil tussen het hoogheemraadschap en drinkwaterbedrijf PWN?

Het hoogheemraadschap zorgt voor veilige dijken en voor voldoende en schoon water in de sloten en plassen. Daarnaast zuivert het hoogheemraadschap het afvalwater. PWN zorgt voor schoon en voldoende drinkwater uit de kraan.

PWN vraagt mensen om spaarzaam met water te zijn. Door de hitte gebruiken we samen soms zo'n 40% meer drinkwater dan normaal. We vullen zwembaden, douchen vaker en langer, en we drinken meer. PWN gaat dus over het watergebruik uit de kraan bij u thuis. Kijk op https://www.pwn.nl/

Waterinlaten uit het Markermeer bij Schellinkhout
Waterinlaat bij Schellinkhout. Een van de dertig waterinlaten in ons gebied.