Homepage
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.
Home > Vraag en antwoord > Begrippenlijst

Begrippenlijst

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bergingsgebied

Een bergingsgebied is een gebied die is aangewezen om bijvoorbeeld in gevallen van een overschot aan regenwater onder te kunnen lopen. Zodra de omstandigheden het toelaten kan het hoogheemraadschap dit opgevangen regenwater weer af laten stromen. Maar men kan een bergingsgebied ook benutten als voorraadvat om in geval van schaarste (droogte) te gebruiken.

Bergingsgebieden hebben een speciale plek binnen de waterhuishouding. Zij zijn geen ‘waterloop of sloot', die bevatten over het algemeen altijd water. Bergingsgebieden hebben vaak een dubbeldoel, zoals recreatiegebied of natuurgebied, waarbij de berging van water het hoofddoel is. Bergingsgebieden worden ook in de gemeentelijke bestemmingsplannen opgenomen.

Start van de aanleg Waterberging Zijpermolen in Zijpe.

 

 

Beschoeiing

Beschoeiingen of damwanden hebben tot doel de oever te beschermen tegen inzakken of afkalving. Het mogen aanbrengen of vervangen van een beschoeiing of damwand moet bij het hoogheemraadschap worden aangevraagd. ‘A' is knik maaiveld/insteek talud. ‘B' geeft de waterlijn weer. Over het algemeen zal situatie ‘C' niet worden toegestaan.

Beschoeiing

 

 

 

Boezemwater

De boezem is een hoofdwaterloop waarop de polders hun overtollige water kwijt kunnen. Het te veel aan water wordt vervolgens geloosd op zee of het IJsselmeer. De boezem is ook een voorraadvat waaruit in geval van droogte de polders van vers water kunnen worden voorzien.

Tegenwoordig wordt overtollig (schoon) regenwater liever eerst opgevangen in speciale bergingsgebieden om later her te gebruiken in periodes van droogte. Hierdoor wordt het boezemstelsel minder belast en het regenwater beter benut.

Boothuis

Boothuizen zijn aan de maximale maat van 10 meter langs de waterloop en 3 meter(L) in de waterloop gebonden. Waarbij de maximaal toegestane afmeting ook afhankelijk is van de breedte van de waterloop waarin het boothuis wordt gemaakt.

Uitgangspunt is dat er een gelijksoortig bouwwerk mogelijk moet zijn aan de overzijde van het geplande boothuis en dat er dan nog een vrije doorvaartbreedte overblijft van ten minste 6 meter.

Het dak van een boothuis, dat zich op ten minste 1,50 meter boven het waterpeil moet bevinden, moet een dakhelling hebben van ten minste 25 graden.

Boothuis

 

 

 

Brug

Een brug wordt in het algemeen toegepast als openbare verkeersbrug. Soms wordt er voor een kleine (particuliere)brug gekozen als er een groot hoogteverschil moet worden overbrugd, waardoor een dam met duiker moeilijk te realiseren is, of indien er een vaarbelang is. Dit kan recreatie- of beroepsvaart zijn, of voor het inzetten van de maaiboot van de gemeente of het hoogheemraadschap. In deze gevallen worden er extra eisen gesteld aan de doorvaarthoogte- en breedte van de brug.

Bij de aanleg van een brug met landhoofden in het water, type B, geldt dat de hierdoor veroorzaakte demping van het water moet worden gecompenseerd door het graven of verbreden van een waterloop.

 

Dammen met en zonder duiker

Een duiker is de buis die in een gronddam wordt aangebracht om de doorstroming van het water in de sloot te garanderen. Dammen dienen om twee percelen met elkaar te verbinden of om een ontsluiting naar de weg te realiseren(uitrit). Er gelden regels voor de maximale lengte en minimale diameter van de toe te passen duikers.

Een dichte dam, dus zonder een duiker, in een waterloop is meestal voor het scheiden van twee verschillende waterpeilen. Voor alle dammen geldt dat de demping van het water door de aanleg van de dam moet worden gecompenseerd door het graven of verbreden van een waterloop.

Een dam kan met een schuin grondtalud zijn uitgevoerd: zie type A. Of met een recht hard talud(beschoeiing of damwand): zie type B.

Een dam kan met een schuin grondtalud zijn uitgevoerd: zie type A. Of met een recht hard talud(beschoeiing of damwand): zie type B.

 

 

 

 

Dempen van een (deel van een) waterloop

Het geheel of gedeeltelijk dempen (= ook het versmallen) van een waterloop is alleen toegestaan als de demping geheel wordt gecompenseerd door het graven of verbreden van een waterloop. De demping mag geen nadelige gevolgen hebben voor de doorstroming, aan- en afvoer en kwaliteit van het oppervlaktewater.

Tekening waterloop met keurgebied

 

 

Freatische grondwatervlak

Dit is het deel van de bodem welke volledig is gevuld met grondwater. Er is geen 'vrije' ruimte meer aanwezig tussen het zand of de klei. U kunt door een in grondwaterbemaling gespecialiseerd bedrijf laten berekenen of uw grondwateronttrekking aan de genoemde eisen voldoet.

Grondwaterkringloop

 

 

 

Gemaal

Met een gemaal kan het water op een hoger of lager niveau (peil) gebracht worden.

Gemaal

 

 

 

Grondwater

Met de inwerkingtreding van de Waterwet is het hoogheemraadschap bevoegd gezag geworden voor het uitvoeren van grondwaterbeheertaken. Het gaat hier om het reguleren van onttrekkingen en infiltreren van grondwater. Ook de provincie heeft nog een grondwatertaak. Dat betreft de grote onttrekkingen (meer dan 150.000 m3 per jaar) voor industriële doeleinden, bodem energie systemen en ten behoeve van drinkwater. Het onttrekken van grondwater komt vaker voor dan men zo op het eerste gezicht zou denken.

Maar bij de meeste bouwwerkzaamheden en de aanleg van kabels en leidingen is het vaak noodzakelijk de bouwput of leidingsleuf droog te houden door bemaling. Dit wordt bronnering genoemd. Afhankelijk van de locatie en hoeveelheid te onttrekken grondwater kunnen er (nadelige) gevolgen zijn voor de omgeving. Denk daarbij aan de gevolgen voor bijvoorbeeld de funderingen van de omliggende gebouwen. Door het verlagen van het grondwater kan het mogelijk zijn dat de houten funderingspalen droog komen te staan. Deze kunnen hiervan gaan rotten met alle kwalijke gevolgen van dien. Maar ook aanwezige beplanting zoals bomen kunnen door een watertekort afsterven.

Vaak komt het voor dat verschillende partijen gelijktijdig op een zelfde locatie grondwater wensen te onttrekken. Dit is veelal het geval bij grotere projecten zoals nieuwbouwplannen. Daar zal de aannemer, energie leverancier etc. gelijktijdig voor verschillende werkzaamheden hun werkomgeving willen bemalen.

Het vrijkomende grondwater moet natuurlijk ook weer worden afgevoerd. Dit kan door het terugbrengen in de bodem, infiltreren of retour bemalen genoemd. Maar ook door het lozen op het oppervlaktewater of in het riool. Grondwaterlozingen kunnen onder twee besluiten vallen, namelijk het Activiteiten Besluit of het nieuwe Besluit lozen buiten inrichtingen. Over het algemeen is dan sprake van een meldingsplicht. Voor de melding dient u gebruik te maken van het daarvoor bestemde formulier (www.hhnk.nl/digitale_balie/formulieren).

 

Grondwaterpakket of watervoerend pakket

In de bodem kan op verschillende hoogtes grondwater aanwezig zijn wat niet met elkaar in verbinding staat. Ditnoemen we grondwaterpakketten. Het is niet zondermeer toegestaan het grondwater vanuit het ene pakket te verbinden of te vermengen met het grondwater in het andere pakket. De kwaliteit kan onderling verschillen, maar ook de uiteindelijke plaats waarvandaan het pakket wordt gevoed, zeg maar de plek waar het grondwater de bodem instroomt.

Grondwaterkringloop

 

 

 

Inlaat

Met een inlaat kan vers water een polder binnen stromen. Het deel waarmee overtollig water de polder uit kan stromen wordt aflaat of uitlaat genoemd.

Inlaat SchellinkhoutInlaat Schellinkhout 

 

 

 

 

 

Keur

De keur is het ‘wetboek' van het hoogheemraadschap. Hierin zijn ondermeer de verbodsregels voor activiteiten en ingrepen of werkzaamheden in bijvoorbeeld waterlopen en waterkeringen opgenomen. Het is mogelijk van deze verbodsregels een ontheffing/vergunning aan te vragen. Dit is de watervergunning. Deze vergunning is een toestemming om, in afwijking van een verbod met in achtneming van bepaalde voorschriften, bepaalde activiteiten of werkzaamheden toch te mogen uitvoeren. Voor sommige werkzaamheden gelden algemene regels. Als de gewenste werkzaamheden voldoen aan deze algemene regels ontvangt de aanvrager hierover een brief met daarin de spelregels. Er is dan geen watervergunning nodig. Het hoogheemraadschap toetst alle aanvragen of deze voldoen aan de algemene regels. Er is dus geen onderscheid in de manier van aanvragen.

 

Kunstwerk

Het begrip kunstwerk staat in dit geval voor werken die een rol hebben in de waterhuishouding. Dit zijn bijvoorbeeld: stuwen, duikers, inlaten. Maar ook een brug is in dit geval een kunstwerk.

 

Legger

Officieel register van de onderhoudsverplichting (=het onderhoud aan de waterlopen en waterkeringen) en de onderhoudsplichtigen (= wie is verantwoordelijk voor het onderhoud). Het bestaat uit kaarten, beschrijvingen (van het waterstaatswerk) en dwarsprofielen. De legger bevat de belangrijkste kenmerken, zoals richting, vorm, afmeting, constructie en aanwezige kunstwerken (zoals: stuwen, duikers, gemalen etc.). De legger is onlosmakelijk verbonden met de Keur.

 

Lozingswerk

Met een lozingswerk kunt u bijvoorbeeld regenwater lozen op een sloot bij u in de buurt. Om schade aan de walkant en de bodem van de sloot waarin de lozing plaatvindt te voorkomen, moet u indien nodig een bescherming aanbrengen.

Tekening lozingswerk

 

 

 

Maaiboot

Een maaiboot is een klein bootje dat we gebruiken om sloten te onderhouden en vrij te maken van riet en andere beplanting in het water.

Maaiboot

 

 

 

Natuurvriendelijke oever

Een natuurvriendelijke oever wordt in het algemeen in landelijke gebieden aangelegd. Zij dragen bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit en het verhogen van de natuurwaarden in het gebied. Er zijn verschillende vormen van natuurvriendelijke oevers. In het algemeen geldt dat we de oevers buiten het bestaande profiel van een waterloop aanleggen.

Natuurvriendelijke oever

 

 

 

Oppervlaktewaterlichaam

Het begrip oppervlaktewaterlichaam is een verzamelnaam voor alle in de volksmond toegepaste benamingen van waterlopen, zoals sloten, greppels, kanaal, rivier, beek etc. Het begrip oppervlaktewaterlichaam komt uit de Waterwet. In onderstaand plaatje staan de diverse gebruikte benamingen voor onderdelen van een waterloop aangegeven.

Tekening waterloop met keurzones

 

 

 

Peil

Dit is de waterstand in een waterloop. Er kan sprake zijn van een zomerpeil, van begin mei tot half september, en een winterpeil, van half september tot eind april. Maar ook van een vastpeil, waarin het waterpeil dus het hele jaar gelijk is. De hoogte van het waterpeil is vastgelegd in een peilbesluit. Het waterpeil voor uw gemeente kunt u op de internetpagina van het hoogheemraadschap vinden.

Peilstok

 

 

 

Primair of secundair water

De begrippen primair en secundair geven de belangrijkheid aan van het water voor de waterhuishouding. Primaire waterlopen ook wel hoofdwaterlopen genoemd worden veelal door het hoogheemraadschap of andere overheid zoals gemeenten onderhouden. Zij hebben vaak een flinke afmeting en spelen een belangrijke rol in de aan- en afvoer van het water voor een groot gebied.

Secundaire waterlopen of sloten zijn vaak juist van belang voor de aan- en afvoer in een kleiner gebied. Deze worden dan ook over het algemeen onderhouden door de eigenaren of gebruikers zelf. Wie welke sloot moet onderhouden en hoe dat moet, is vastgelegd in de verordening van het hoogheemraadschap de Keur.

Primair water - SchermerboezemSecundair water - Schermerpolder 

 

 

 

 

 

  

Schanskorf

Een schanskorf wordt ook wel steenkorf genoemd. Het is een met grond, zand of steen gevulde vaak metalen korf die gebruikt wordt om de walkanten te beschermen tegen instorting (afkalving).

Schanskorf

 

 

 

Steiger

Steigers zijn aan de maximale maat van 6 meter langs de waterloop en 1 meter (L) in de waterloop gebonden. Waarbij de maximaal toegestane afmeting mede afhankelijk is van de breedte van de waterloop waarin de steiger wordt gemaakt. Uitgangspunt is dat er een gelijksoortig bouwwerk mogelijk moet zijn aan de overzijde van het geplande steiger en dat er dan nog een vrije doorvaartbreedte over blijft van ten minste 6 meter. De maaiboot moet er ongehinderd door kunnen. Langs waterkeringen, dit zijn dijken of kades, gelden voor steigers extra regels.

Het is niet toegestaan de standaardsteigers in een rietkraag aan te brengen, hier zijn soms wel andere afmeerconstructies toegestaan. Dit is afhankelijk van de locatie van de steiger/constructie.

Steiger beschoeiing

 

 

Steige talud

 

 

Stuw

Met een stuw kan het waterniveau in een gebied gecontroleerd worden. Een stuw vormt vaak de  scheiding tussen twee verschillende waterniveaus.

Stuw

 

 

 

Vaarduiker

Een vaarduiker wordt aangelegd, indien zoals de naam al doet vermoeden, er in de waterloop waarin de duiker komt wordt gevaren. Dit kan gewoon gebruik door recreatie of beroepsvaart zijn of het onderhoudsvaartuig, de ‘maaiboot' van de gemeente of het hoogheemraadschap. De afmeting van een vaarduiker is aan regels verbonden. Dit is ook afhankelijk van de locatie van de vaarduiker. Voor vaarduikers geldt dat het gedempte water door de aanleg van de vaarduiker moet worden gecompenseerd door het graven of verbreden van een waterloop.

Vaarduiker

 

 

 

Verhardoppervlak

Als er een woning of bedrijf wordt gebouwd op een plaats waar eerder nog geen bebouwing aanwezig was heeft dit gevolgen voor de snelheid waarmee het regenwater naar de sloten afstroomt. Als regenwater op bijvoorbeeld grasland terecht komt zakt het eerst in de bodem en zal dan langzaam naar de sloten in de buurt afstromen. Maar als regenwater op een dak of weg terecht komt zal het daarvandaan zo snel mogelijk een weg willen vinden naar de sloten of het regenwaterriool. Hierdoor kunnen de omliggende sloten te vol raken en kan er wateroverlast ontstaan. Indien er dus nieuwe verharding of uitbreiding van bestaande verharding door bijvoorbeeld het bergroten van een bedrijf wordt aangebracht van (samen) meer dan 800 m2, moet u maatregelen treffen die deze overlast voorkomen. Hierover kunt het beste contact opnemen met het hoogheemraadschap.

In de Waterwet en de Keur van het hoogheemraadschap worden diverse begrippen gebruikt die voor een leek niet altijd even begrijpelijk zijn. Het gaat te ver om al deze begrippen over te nemen maar de vier belangrijkste worden hieronder opgenoemd.

 

Waterkeringen

Een waterkering beschermt ons tegen overstromingen. Dit kan van het buitenwater zijn, zoals de zee of het IJsselmeer, we spreken dan van primaire keringen. Of van binnenwater zoals het Noordhollandsch Kanaal, we spreken dan van secundaire keringen.

Meestal herken je een waterkering, ook wel duin, dijk of kade genoemd, wel. Er is dan een duidelijke ‘bult' in het landschap aanwezig. Maar soms zijn ze ‘verborgen' aanwezig. Bijvoorbeeld als de weg in een stad is aangewezen als waterkering, maar de omgeving er omheen net zo hoog is als deze waterkering. Er is dan sprake van ‘hoge gronden'. En niet altijd is de waterkering aan de buitenrand van een gebied gelegen en is er dus een gebied aanwezig dat ‘buitendijks' gelegen is. Waar waterkeringen gelegen zijn is meestal ook terug te vinden in het bestemmingsplan van de gemeente. Maar natuurlijk op de kaarten, Legger genoemd, van het hoogheemraadschap. In de keur van het hoogheemraadschap en op de legger staat aangegeven tot hoever zich het verbodsgebied van het hoogheemraadschap strekt.

Hierbij een plaatje van een (duin)waterkering met enkele gebruikte begrippen.

Klik op het plaatje voor een vergroting

 

 

 

Klik op het plaatje voor een vergroting

 

 

 

Werkzaamheden in of bij een waterkering

Er gelden zeer strikte regels voor alle werkzaamheden die men op of bij een waterkering zou kunnen verrichten. Wat vergunningsvrij is op grond van de Wabo of gemeentelijke verordening, zal meestal niet vergunningsvrij zijn bij het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap heeft een heel ander doel voor ogen met de waterkering dan de gemeente, namelijk de stabiliteit van de waterkering en de veiligheid van de omgeving.

Voor een kleine uitbreiding van de woning, of het plaatsen van een schuurtje of schutting is bijvoorbeeld al een watervergunning vereist! Tot hoever zich de waterkering, met zijn beperkingen voor het verrichten van werkzaamheden, strekt is moeilijk zo te zeggen. Dit is namelijk afhankelijk van de functie en ligging van de waterkering. Daarnaast wordt er ook rekening gehouden met de toekomst. Het kan zo zijn dat in de toekomst de waterkering hoger of breder moet worden. Hierbij moet het hoogheemraadschap zich houden aan wettelijke verplichtingen. Kortom: Bij werkzaamheden of activiteiten in of bij waterkeringen altijd een watervergunning aan (laten)vragen. Liever nog, laat de aanvrager contact opnemen voor een vooroverleg.

 

Waterstaatswerk

Oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering, ondersteunend kunstwerk en bijbehorende onderhoudsstroken, dat als zodanig in de legger is aangegeven, tenzij dat werk is vrijgesteld van opneming in de legger.

 

Wegen in beheer bij het hoogheemraadschap

Buiten de bebouwde kom

Met de inwerkingtreding van de Wabo is de gemeente het bevoegde gezag voor het afgeven van een omgevingsvergunning voor de aanleg van een uitrit of het wijzigen van een weginrichting. Voorheen werden deze vergunningen rechtstreeks op basis van de Wegenverordening Noord-Holland, door het hoogheemraadschap afgegeven. Toch heeft het hoogheemraadschap nog steeds een rol bij deze omgevingsvergunningen. En wel een adviesrol. Hierdoor heeft het hoogheemraadschap als wegbeheerder de mogelijkheid te beoordelen of de gewenste uitrit of wijziging van de weg mogelijk is en onder welke (technische) voorwaarden. Ook als op grond van een APV er slechts een meldplicht is voor de aanleg van een uitrit, dan gaat dit niet op voor wegen welke in beheer zijn bij het hoogheemraadschap. Er is dan dus wel een omgevingsvergunning noodzakelijk. In deze gevallen gaat de provinciale verordening voor op de APV. Voor het vragen van een advies kunt u natuurlijk gebruik maken van het OLO of van het daarvoor bestemde mailadres watervergunning@hhnk.nl .

Binnen de bebouwde kom

Op wegen binnen de bebouwde kom die in beheer zijn bij het hoogheemraadschap is de Keur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2006 nog steeds van kracht. Deze vallen dus niet onder de Wabo en het hoogheemraadschap is hier dus het bevoegde gezag.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Paginafuncties

Homepage
Naar boven