
Tijdens droge periodes wordt water ons gebied ingelaten vanuit het IJsselmeer en Markermeer. Via de ringvaarten en boezemsystemen stroomt het ingelaten water naar de polders. Het IJssel- en Markermeer lijken onuitputtelijk. Met uitzondering van Texel, dat omringd is door zout water, is in ons werkgebied (in tegenstelling tot andere delen van ons land) tot op heden steeds voldoende water beschikbaar geweest, Maar of dat in de toekomst zo blijft? Lange periodes zonder neerslag zijn ook van invloed op de waterkwaliteit. Tijdens droge periodes controleren we de dijken extra, met name op droogtescheuren.
Het IJsselmeer- en Markermeer worden gevoed door de IJssel (dus eigenlijk de Rijn) en door neerslag. De verwachting is dat de gletsjers door temperatuurstijging afsterven. Dat betekent dat de Rijn minder water naar het IJssel- en Markermeer zal aanvoeren. Daarnaast zal het langere periodes achter elkaar droog zijn. Terwijl juist in die periodes veel extra water nodig is. Meer vraag dus naar water, terwijl er minder aangevoerd wordt. Een oplossing voor dit probleem is extra water opslaan. Wij creëren de komende jaren extra waterbergingen. De neerslag die in de winter valt, slaan we daar op voor droge periodes. Ook zal het nodig zijn om in droge tijden minder zoet water te gebruiken.
Door de warmte vermindert de kwaliteit van het (zwem)water. De provincie Noord-Holland controleert tijdens het zwemseizoen de kwaliteit van het zwemwater. Wij voeren de bemonstering uit voor de provincie. De provincie verzorgt de berichtgeving over de kwaliteit van het zwemwater van 1 mei tot 1 oktober via www.noord-holland.nl en de zwemwatertelefoon: 0800-998 6734. Wij adviseren burgers te zwemmen op door de provincie aangegeven zwemlocaties.
Tijdens perioden van langdurige warmte, waardoor de temperatuur van het oppervlakte water oploopt, steekt botulisme de kop op. Botulisme bij mensen is een zeldzame, maar ernstige ziekte. Er is dan sprake van vergiftiging door een gifstof van de bacterie Clostridium Botulinum. De bacterie gedijt goed in warm en vuil water. De zieke vogels zoeken het water op en kunnen hun kop niet meer boven water houden waardoor ze verdrinken. Het enige wat aan botulisme kan worden gedaan is het ruimen van kadavers van watervogels. De bestrijding van botulisme en dus het ruimen van dode watervogels is een taak van de gemeente.
Wij helpen buiten de bebouwde kom soms met ruimen van de vogels. De dode vogels gaan naar het Centraal instituut voor Dierziektecontrole te Lelystad (CIDC) voor onderzoek en bij het ruimen wordt een protocol verwijderen kadavers gevolgd.
Door het opwarmen van het oppervlaktewater is er meer algengroei. Dit kan leiden tot een sterke afname van het zuurstofgehalte in het oppervlaktewater. Vissen kunnen hierdoor sterven.
Wij hebben naast de dijken langs het IJsselmeer, het Markermeer, de Waddenzee en de Noordzee nog meer dan 1.000 kilometer (boezem)kaden in beheer en onderhoud. Daarvan moet in tijden van droogte circa 55 kilometer extra in de gaten gehouden worden, met name met betrekking tot droogtescheuren. Deze kaden bevinden zich voor het overgrote deel in Waterland. Bij de geringste twijfel worden maatregelen genomen.