
Hollands Noorderkwartier heeft 343 kilometer aan primaire waterkeringen. Dat zijn dijken en duinen langs de Noordzee, langs de Waddenzee, het IJsselmeer en het Markermeer.
In het werkgebied van het hoogheemraadschap ligt ook nog 1486 kilometer aan regionale dijken.
Noord-Holland ligt grotendeels onder de zeespiegel en is bovendien aan drie kanten omgeven door water. De bodem daalt, soms enkele centimeters per jaar. Daarnaast stijgt de zeespiegel. Het hoogheemraadschap heeft als belangrijke taak om het kwetsbare, dichtbevolkte Noord-Holland te beschermen tegen overstromingen en wateroverlast. Dit doen we door dijken, duinen, dammen en kades te onderhouden en te versterken als dat nodig is. In totaal gaat het om duizenden kilometers dijken en duinen langs de Noordzee, Waddenzee, Markermeer en IJsselmeer maar ook langs binnenwater.
Via de links aan de rechterkant van deze pagina vindt u meer informatie over het dagelijks beheer en onderhoud van dijken en over dijkversterkingen.

Het laden van de animaties kan enige tijd in beslag nemen aangezien het vrij zware bestanden zijn. De kleinste is 13 mb groot, de zwaarste 28mb.
Bij een dijk die onvoldoende hoog is, kan water over de dijk stromen of golven over de dijk slaan. Dit kan leiden tot erosie van de kruin en de binnenzijde van de dijk, waardoor de dijk kan bezwijken.
Bij hoog water neemt de hoeveelheid water in de dijk en de opwaartse waterdruk onder de dijk toe. Door deze toenemende druk kan de dijk op de onderliggende diepere grondlagen gaan drijven. Ook kan de binnenberm van de opbarsten.
Als de bekleding van het buitentalud (zeezijde) onvoldoende sterk is, kan de buitenbekleding aangetast of weggeslagen worden, bijvoorbeeld door golven die tegen de buitenzijde van de dijk slaan. Ook als na hoogwater het buitenwater snel daalt of na hevige neerslag waarna de dijk met water is verzadigd, kan het buitentalud afschuiven.
Het plaatsen van een steunberm aan de binnenzijde zorgt voor een verbeterde stabiliteit van de dijk, omdat door het aanbrengen van extra gewicht, de grond niet meer omhoog of opzij kan worden gedrukt.
Wanneer er aan de binnenzijde onvoldoende ruimte is voor een steunberm kan een damwand geplaatst worden. Het plaatsen van een damwand aan de binnenzijde van de dijk, die meestal “onzichtbaar” in het dijklichaam komt, zorgt ervoor dat de dijk niet kan afschuiven wanneer de steun van de dijk wegvalt door het opdrijven of afschuiven. De damwand wordt geplaatst in het binnentalud of de teen van de dijk.
Combinatie van bovenstaande animaties.
Wanneer er aan de binnenzijde onvoldoende ruimte is voor een steunberm of een damwand kan ook een diepwand een oplossing zijn. Een diepwand is een muur, ‘onzichtbaar’, van gewapend beton die vanaf de kruin de grond in gaat.
