

In de donkere dagen voor kerstmis vonden twee medewerkers van het hoogheemraadschap een kruis in verstoven duin bij Groote Keeten. Het zou om een grafmonumentje kunnen gaan voor aldaar begraven Engelse of Hollandse soldaten, gesneuveld tijdens de Engels-Russische invasie van 1799. De vondst van een Engelse militair bij Groote Keeten baarde verleden jaar herfst veel opzien. Beide medewerkers, Tim Schut en Minze van der Zee, vonden het kruis tijdens een inspectie. Het bijna 90 centimeter hoge kruis stond keurig rechtop in een uitgewaaid stuifgat nog ongeveer 20 centimeter in het zand. Het kruis heeft een fraai model en de arm is met een ouderwetse pen-gat verbinding bevestigd. Inmiddels is het kruis overgebracht naar het collectiedepot van het kantoor van het hoogheemraadschap in Heerhugowaard. De exacte locatie van de vondst wordt ingemeten. Bovendien is deze gemeld bij de archeologische dienst van de provincie.
Naar de betekenis van het kruis is het momenteel nog gissen. Het zou om een monumentje kunnen gaan op het (massa)graf van Engelse of Hollandse soldaten, gedood tijdens de Engelse invasie van herfst 1799. Op 27 augustus van dat jaar zette een groot Engels leger voet aan wal bij Groote Keeten. Er braken daarna zware gevechten uit met Hollandse troepen, waarbij aan beide zijden de nodige slachtoffers vielen. In oktober werden bij Groote Keeten resten gevonden van een gesneuvelde Engelse soldaat van de Coldstream Guards. Leden van dit nog bestaande regiment ijverden voor een officiële herbegrafenis van hun kameraad in Engeland. Uit archiefbronnen weten we dat de overal in het rond liggende lijken van gedode soldaten door de plaatselijke bevolking onder de grond werden gestopt tegen betaling van anderhalve gulden per lichaam. Nog steeds gaat het verhaal dat wegens deze verdienste sommige lichamen twee keer werden begraven.
Een andere mogelijkheid is dat het om het graf van een ‘drenkeldode' gaat. De vaak in verregaande staat van ontbinding verkerende lichamen van schipbreukelingen werden eeuwenlang zonder poespas in het duin begraven. Nog in 1860 liet burgemeester Bollee van Petten bijvoorbeeld vier in zijn gemeente op het strand aangespoelde lijken "behoorlyk in den duinen begraven in mijn tegenwoordigheid". Dit na verwijdering van de laarzen. Die werden verkocht en de opbrengst gebruikt om de kosten te dekken.